“Ik ben alleen en eenzaam op een plek aan het eind van de wereld”, laat Rie Shimizu (63) weten in een bericht vanuit Japan. Op 11 maart 2011 vernielde een aardbeving met een magnitude van 9,1, de zwaarste ooit in het land, de plek waar ze werkte. De tsunami die volgde, spoelde haar woning weg. Vandaag woont ze in Okinawa, op een van de tropische eilandjes die als verloren verfspatten ten zuiden van het Japanse vasteland liggen. In 2011 stapte Shimizu voor het eerst in haar leven op een vliegtuig. Verder dan Okinawa kon ze niet vluchten voor de kernramp die de catastrofe compleet maakte. De afstand tussen de nucleaire ground zero in Fukushima en haar nieuwe thuis komt in vogelvlucht overeen met die tussen de kerncentrale van Doel en de ruïnes van Tsjernobyl.
In de weken na de ramp van 2011 pakten Japanners in het hele land hun valiezen voor een enkele vlucht naar Okinawa. “Ik verblijf hier momenteel in een hostel”, stuurde een vriendin uit Tokio angstig en boos. Ze had haar dochter mee, toen nog een kleuter, haar man moest voor zijn werk achterblijven in de hoofdstad. Ze vertelde over radioactieve paddenstoelen en sinaasappels en hoe ze niet wist waar haar toekomst lag. De vriendin woont intussen weer in Tokio, maar lang niet iedereen keerde terug. Shimizu bleef in Okinawa omdat ze in Fukushima geen huis meer had. Megumi Taisei (53) omdat ze na wat heen en weer tussen de hoofdstad en Okinawa met een baby en een peuter tot de vaststelling kwam dat ze zich alleen op die verafgelegen eilanden nog echt veilig voelde. “Ik vreesde het besmette eten en nieuwe aardbevingen op het vasteland”, schrijft ze.
Na de ramp trok Japan de stekker uit de sector. De 54 kerncentrales, goed voor 30 procent van alle elektriciteit, vielen stil. Het was een nieuw nucleair trauma. Het land had al twee atoombommen moeten slikken. In de jaren 50 werden Japanse vissers ziek door de straling die de Amerikaanse kernproeven in de Stille Oceaan veroorzaakten. Het is uit de angst voor al die hocus pocus met atomen dat Godzilla ontstond, het nucleaire monster dat sinds Fukushima weer Japanse kaskrakers inspireert.
En toch gooide de Japanse regering in de nasleep van de ramp al snel het roer om. De afgelopen jaren heropende het land een tiental kerncentrales. Vandaag zijn die goed voor 10 procent van alle elektriciteit, in 2030 moet dat 20 procent zijn. De herstart van de reactor in Kashiwazaki-Kariwa vorige week was een symbolisch moment. Als de boel daar weer op volle kracht draait, is het niet alleen de grootste nucleaire centrale ter wereld. Het is ook de eerste reset voor de Tokyo Electric Power Company (Tepco). De uitbater van de rampinfrastructuur in Fukushima kon de laatste vijftien jaar alleen maar radioactief puin ruimen.
Voor veel Japanners rijmt Tepco nog altijd op alles wat verkeerd kan gaan met kernenergie. Vandaag zijn er in Japan nog altijd 30.000 “intern ontheemden”, zoals ze in mensenrechtenjargon heten. Maar alleen wie vanuit Fukushima vluchtte, zit in die officiële cijfers. Er vertrok veel meer volk. Nergens viel het nieuws over de heropening van de grootste kerncentrale ter wereld slechter dan in Okinawa. Taisei: “Hebben we dan geen lessen getrokken uit het verleden? Is intussen niet bewezen dat aardbevingen en vloedgolven de technische aannames over de bouw van kernreactoren zo wegvegen?”
De herstart verliep niet volgens het boekje, alsof de energiegoden van Zon, Wind en Water het moment wilden kapen. Niet alleen veroorzaakten technische problemen vertraging. Na amper 24 uur ging de centrale alweer offline omdat er alarmen bleven loeien die niemand kon verklaren. Het is voorlopig theeblaadjes lezen wanneer een nieuwe poging volgt. Maar tegenstanders hopen maar beter niet op uitstel, afstel. Japan volgt gewoon de atoomstroom. Overal ter wereld is er een nucleaire renaissance op til.
Japan is niet de enige plek met nucleaire littekens die weer voluit voor kernenergie gaat. Nergens ter wereld is de ‘atoomrush’ zo opvallend als in de VS. In 1979 wisten de Amerikaanse kranten niet wat ze aan moesten met de warrige berichten over problemen bij Three Mile Island, een kerncentrale in de staat Pennsylvania. Een operationele vergissing had een kernsmelting in een van de reactoren veroorzaakt. Alleen Time durfde voluit te gaan op zijn cover: “Nucleaire nachtmerrie”. Nog geen twee weken voordien was The China syndrome, een rampenfilm met Jane Fonda, uitgekomen in de cinema.
Tsjernobyl in 1986 en Fukushima in 2011 waren echt apocalyptisch, maar Three Mile Island blijft het zwaarste kernincident op Amerikaanse bodem. Er kwam een vluchtelingenstroom op gang van vooral vrouwen en kinderen. De scholen in de buurt moesten sluiten – aanvankelijk hadden ze om de leerlingen te beschermen gewoon de gordijnen dichtgedaan. In de Facebookgroep van Three Mile Island-gepensioneerden kwam er een jaar geleden, tussen de overlijdensberichten en herinneringen aan de maandelijkse ledenlunch, weer meer leven in de brouwerij. De reden: Three Mile Island wordt het gerevitaliseerde Crane Clean Energy Center. De ongeschonden reactor was vanaf 1985 weer beginnen te draaien, maar stopte in 2019 omdat hij verlieslatend was. Tegen volgend jaar moeten alle spinnenwebben weggehaald zijn. Taaier wordt de aanpak van mogelijke corrosie of roestige kabels. Maar eigenaar Constellation Energy kon zich geen betere investeerder dromen om de financiële uitdagingen te lijf te gaan: Microsoft tekende een contract om twintig jaar lang alle elektriciteit van de kerncentrale af te nemen.

