“België is een optelsom van twee democratieën die almaar sterker uit elkaar groeien.” Zo formuleerde Jan Jambon (N-VA) nog in 2019 het frame dat in Vlaams-nationalistische kringen al decennia leeft. Want, zo luidde zijn analyse, “ten noorden van de taalgrens is er traditioneel weinig animo voor linkse recepten, maar in Brussel en Wallonië lijkt het enthousiasme voor een links volksfront met de week aan te zwellen”.
Vijf jaar later spraken de Franstalige kiezers dat verrassend genoeg tegen. Het was de aardverschuiving bij de verkiezingen van 2024: met de stunt van Georges-Louis Bouchez onttroonde de MR de PS, en ook Les Engagés scoorde verrassend sterk. Samen konden die twee partijen de PS buitenspel zetten, zowel Waals als federaal binnen de regering-De Wever. Die coalitie kwam met name de winnaar aan Nederlandstalige kant, de N-VA, goed uit. Voor de gedroomde staatshervorming was er geen tweederdemeerderheid, maar de ideologische overeenkomst op het sociaal-economische terrein bood premier Bart De Wever wel de kans om een hervormingsagenda door te duwen, ongehinderd door een grote linkse partij aan Franstalige kant.
Aan Nederlandstalige kant is de situatie sindsdien bevroren: de partijen bewegen amper in De Stemming, het jaarlijkse opinieonderzoek van De Standaard, VRT NWS en de RTBF. Hooguit is er tegenover de verkiezingen winst voor PVDA en verlies voor Anders. De N-VA blijft de grootste partij, en als je de onbesliste kiezers meetelt, loopt ze zelfs licht uit op de tweede grootste, Vlaams Belang. Coalitiepartners CD&V en Vooruit weten het verlies te beperken. Het is een vertrouwd beeld.
Hoe anders is het beeld aan Franstalige kant, waar er een gevoelige correctie lijkt te komen op de stunt van 2024. Hoewel ondertussen 12,4 procent van de kiezers onbeslist is, houdt de PS haast al zijn kiezers (21,8 procent) uit 2024 vast, terwijl de uiterst linkse PTB met 17,2 procent al op forse winst staat. Betalen de prijs: Les Engagés, maar bovenal de MR. De Franstalige liberalen houden nog slechts 18 procent van de kiezers bij zich. Elk van die twee regeringspartijen peilt nu lager dan de PS, en in het geval van Les Engagés zelfs dan de PTB.
De onbesliste kiezers toch toewijzen aan de partij waar ze het meeste vertrouwen in hebben, verandert dat beeld niet, integendeel. Dat zet vooral een turbo op de score van de PS, dat bijna een kwart van de kiezers bereikt en opnieuw het marktleiderschap in Wallonië claimt. Samen met de PTB ontstaat een blok van links en uiterst links dat ruim vier op de tien kiezers kan verleiden en zo het blok MR-Les Engagés uitdaagt – Ecolo zit erbij voor de kruimels.
In Brussel is die tendens nog sterker. Daar wordt de PTB-PVDA afgetekend de grootste partij, gevolgd door de PS. Ook in dat gewest kunnen ze vier op de tien kiezers binnenhalen. En ook hier krijgt de MR een oplawaai.
Kortom: de Franstalige kiezer keert twee jaar na de verkiezingen niet alleen terug naar de PS, ze kijkt nu ook verder naar links, naar de PTB. Jan Jambon zou spreken van een links volksfront.
Zo’n ruk naar links verandert alles. Het dreigt op korte termijn het momentum te laten verdampen voor Arizona, die unieke samenstelling die zich onder Bart De Wever wil profileren als hervormingsregering. Alleen weerspiegelen de electorale verschuivingen aan Franstalige kant hoe de appetijt voor de hervormingen slinkt bezuiden de taalgrens. De beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd kan nog steeds op brede steun rekenen. Maar de animo voor de pensioenhervorming is flink bekoeld: slechts een derde van de Walen is het daar nog mee eens. De investeringen in defensie vonden vorig jaar in De Stemming nog een ruime meerderheid in de drie gewesten, maar zijn die nu kwijt in Wallonië en Brussel. De centenindex kan in heel het land maar op weinig steun rekenen.


