Charlotte de Witte kreeg afgelopen vrijdag iedereen uit zijn kot onder de Gentse stadshal, las ik in deze krant. Dat was buiten mij gerekend. Ik woon om de hoek en hou van plekken waar onbekende mensen van verschillende generaties samenkomen. Even wandelen en ik had mee kunnen staan viben op vette beats. Maar ik begrijp de hype niet. Botsautomuziek, techno, house, vertel het mij: waarom kan het mij niet bekoren? Alsof ik ben uitgekozen voor een wetenschappelijk klankexperiment. Zullen we wat gedreun op haar afsturen, gehamer in haar hoofd, bassen die haar oogballen uit hun kassen duwen, en kijken wat er gebeurt?
Nu ik 37 ben, is het moeilijk zoeken om uitgaansmakkers te vinden en blijven alleen de technoliefhebbers onder mijn vrienden over. Ik heb het ooit een kans gegeven. Het was een dj die ik nog zou aankunnen, hadden mijn uitgaansmakkers gezegd. Behalve de indrukwekkende lichtshow vond ik er niets aan. Overal gedrogeerde mensen in een staat van genieten die ik niet begreep. Ik voelde mij de enige nuchtere van de avond bij het zien van zoveel grote ogen, terwijl ik mij nochtans wat moed had ingedronken om de avond te kunnen overleven. Waar bleven die scheurende gitaren, ijle violen, een subtiel streepje jazz of afrobeat met strakke grooves, diepe layback in de drums, of een indieplaat die tot in het diepst van mijn ziel snijdt, een elektronische set die explodeert in melodisch vuurwerk, wat vette R&B of gewoon een goeie Taylor Swift met vier akkoorden?
Maar dus: met een verrassingsact meer dan 10.000 mensen op de been brengen, faut le faire. Je kunt niet anders dan bewondering voelen voor De Witte, en daarom probeer ik eens een nummer van haar te onderwerpen aan een analyse. Ik kies er op Spotify eentje uit van 7 minuten en ik neem me voor om het volledig uit te luisteren, bij daglicht, zonder alcohol.
Gebonk. Na dertig seconden een primitieve hi-hat eraan toegevoegd, die al snel subtiel crescendo gaat. Niet veel later een extra laagje erbovenop met een vuile dissonant die aan Tsjernobyl doet denken. En zo gaat dat maar door. Wat handgeklap ertussen. Om op minuut 4:33 tot een climax te komen. Het lijkt zo eenvoudig gemaakt en ik vraag me af wat er mis is met mij dat zoveel mensen ervan houden en ik het niet kan smaken. Dat ik er tegelijk onrustig en triest van word, van zulke afgrijselijk lelijke muziek. Van hipsters tot johnny’s, van twintigers tot de Zillion-generatie, het brengt hen allen samen.
Maar misschien moet ik haar muziek benaderen als de 20ste-eeuwse modernist die teruggaat naar het prille begin van elektronische muziek? De kunst van het lawaai maken, het opnemen van alledaagse geluiden, manipulatie van bandopnemers, het experiment dat uitmondt in unieke klanken. En daarbij een gemeenschap die haar op handen draagt. Een streepje muziekgeschiedenis tot bij de grote massa brengen, daar kan ik als klassiek geschoolde muzikant alleen maar respect voor tonen.
Charlotte De Cooman is violiste en lerarenopleider. In ‘De mening’ geven gastauteurs een week lang hun mening over de actualiteit.
