Iryna Kostiuk (34) zal het begin van de oorlog nooit vergeten. “Ik werd die 24ste februari wakker om halfzeven: ik voelde hevige krampen in mijn buik, en iemand belde ons op de telefoon. Tien minuten later wekte ik mijn man met twee mededelingen: ons tweede kindje was onderweg en ons land was in oorlog. Dat tweede bericht maakte hem écht wakker.”
Roman werd geboren terwijl rond het afgelegen ziekenhuis van Vinnytsja het luchtalarmafging en Russische vliegtuigen een nabijgelegen communicatiecentrum probeerden plat te gooien. “Ik lag op de hoogste verdieping en ben die nacht zes keer naar beneden moeten gaan om te schuilen. De volgende dag zijn we naar Bar verhuisd, een klein dorp zuidwaarts. Na drie weken ben ik met de twee kinderen en mijn oma naar België vertrokken. We zijn op 21 maart 2022 aangekomen in Hasselt: daar woonden sinds 2017 al familieleden.”
Vrouwen als Iryna dragen hun vlucht mee als een rugzak. Svitlana Brozhyna (54) woonde achttienhoog in Kiev en voelde haar angst elke dag toenemen door de explosies, de elektriciteitspannes en het tekort aan water. Haar enige zoon smeekte haar te vertrekken – zelf bleef hij achter. Vika Neiland (36) was eerder al van de belaagde havenstad Odessa naar Kiev verhuisd, en pakte haar biezen toen ze overal om zich heen bommen hoorde ontploffen. Viktoriia Tuhasheva (40) sliep nachtenlang met haar twee kinderen in een auto in een ondergrondse parking, en stak met hen zeven grenzen over om in Limburg te geraken.
Alevtyna Kostiuk (55), Iryna’s moeder, wachtte af. Zoals veel Oekraïners dacht ze dat de oorlog snel voorbij zou zijn, en ze had als professor en gynaecologe veel te verliezen. Ze kwam in België aan op 10 oktober 2022, in het gezelschap van haar vader en de man van Iryna. Ze zegt dat ze zich hier nu opnieuw een kind van zeven voelt, dat alles nog moet leren.
Hun traject omvat verbijstering en grote angsten, schuldgevoelens en de moeilijke zoektocht naar een nieuw begin. Migratie- en oorlogstrauma’s vragen om aandacht, het moederland ligt steeds meer onder vuur, maar de kinderen hebben een huis en een school nodig en dus moet er brood op de plank komen. “Na elk nieuw alarm willen we weten hoe het er dáár aan toegaat, en elke dag proberen we ons híér te integreren in een nieuw land. Onze wereld is in tweeën gespleten.”
Afghaanse of West-Afrikaanse migranten hebben zulke vreselijke dingen meegemaakt dat het begrip migratietrauma – de kwetsuur die mensen oplopen voor, tijdens en na de immigratie – voor hen uitgevonden lijkt. Maar Kiev ligt niet verder van Brussel dan Sevilla en wie naar België wil komen, reist alleen door bevriende landen, die in die noodlottige lente van 2022 allemaal bereid waren om de ontheemden te beschermen.
Toch kan het verkeren. Iryna had online voor haar kinderen en grootmoeder tickets geboekt om van Warschau naar Brussel te vliegen. “Omdat alle overheidsdiensten thuis uitgevallen waren, had ik geen geboorteattest van de baby. Aan de incheckbalie kregen we te horen dat de jongste niet mee kon: die moest daar blijven.” Ze zwijgt en haalt diep adem, want die schok blijft onverwerkt. “We hebben het via de ambassade kunnen regelen en nieuwe tickets naar Amsterdam moeten kopen, maar dat incident gaf me meer stress dan de bevalling zelf.”
Ook Viktoriia beleefde een traumatiserende oversteek. “Ik ben geen goeie chauffeur en moest met twee kinderen van elf en zeven jaar vertrekken uit mijn land, zonder mijn man, want die moest blijven. Ik was het niet gewend om kaarten te lezen, mijn smartphone deed het niet, aan de grenzen stonden lange rijen. Het was gevaarlijk, we wisten niet of er voedsel zou zijn onderweg, België leek zo ver en duur. En ik was constant in shock omdat dit écht aan het gebeuren was. Mijn grootouders hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog in Duitse kampen gezeten: dat is een transgenerationeel trauma. Ik dacht dat zoiets niet meer zou gebeuren in de 21ste eeuw.”
