Bij zijn bezoek aan Boetsja vocht Bart De Wever (N-VA) tegen de tranen. De voorstad van de Oekraïense hoofdstad Kiev groeide uit tot het symbool van de oorlogsterreur, nadat de Russen er drie jaar geleden vijfhonderd burgers hadden uitgemoord. Samen met minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot (Les Engagés) en minister van Defensie Theo Francken (N-VA) bezocht de premier een fototentoonstelling in een kerk. Een persoonlijke herinnering versterkte de emoties van de eerste minister.

Ooit noemde Bart De Wever Oekraïne de “laatste bevlieging” van zijn vader. Henri ‘Rik’ De Wever verkende steeds nieuwe hobby’s en interesses. “Daar stortte hij zich dan op met een soort manische bezetenheid, maar het bleef nooit lang duren”, herinnerde hij zich in Humo. Kort voor zijn dood in 1996 – Rik De Wever werd 62 jaar – ging alle aandacht plots naar Oekraïne. Na de implosie van de Sovjet-Unie in 1990 trok hij meerdere keren naar het land. “Hij heeft hier veel vrienden gemaakt, die ook bij ons thuis kwamen”, zei de premier tijdens zijn bezoek. “Je vraagt je af wat er met die mensen is gebeurd.”

Bruno De Wever begrijpt de diepe ontroering van zijn broer. “Bart woonde toen als enige nog thuis. Hij heeft dat allemaal van heel nabij beleefd. In de zomer van 1996 trok vader een laatste keer naar Oekraïne. Hij wist dat hij zou sterven, hij was al een long kwijt aan kanker. Dat waren erg pijnlijke en emotionele maanden. Bij mijn weten is hij twee keer naar het land afgereisd.”

In een omstandig en anekdotisch verslag – het maakt duidelijk waar de premier zijn zin voor ironie vandaan heeft – van zijn eerste reis vertelt Rik De Wever waar zijn liefde voor Oekraïne vandaan komt. In het voorjaar van 1992 gingen de grenzen van het GOS (Gemenebest van Onafhankelijke Staten, een samenwerkingsverband na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie) open. Dat was een opportuniteit. Om twee redenen gaf vader De Wever Oekraïne de voorkeur boven Rusland: de Russische geschiedenis begon volgens hem in Kiev, een rijk dat in de negende eeuw werd gesticht door de legendarische Rurik. En hij wilde absoluut Jalta op de Krim bezoeken. In dat vakantieoord aan de Zwarte Zee werd Europa na de Tweede Wereldoorlog tussen de Russen en de geallieerden verdeeld.

Het gezin De Wever was Vlaams, katholiek en zeer anticommunistisch. Dat voedde een engagement met de slachtoffers van de communistische dictatuur. Door de nasleep van de nucleaire ramp in Tsjernobyl (1986) kreeg het land ook veel aandacht. Moeder De Wever paste voor het Oekraïense avontuur. Het koppel had met de trein diverse landen in het toenmalige Oostblok bereisd, maar Rusland was voor haar een brug te ver. “Zij zag zich reeds verhongerend in een sneeuwstorm, achtervolgd door wolven en KGB’ers”, schrijft Rik De Wever.

Eind augustus 1992 ging de eerste reis naar Lviv, Kiev, Jalta en Odessa. Via via kreeg Rik De Wever vooraf een aantal adressen waar hij onderdak kon krijgen. Zo verbleef hij in Lviv in een prachtig huis dat ooit toebehoorde aan Joden, maar na de oorlog aan Oekraïeners was toegewezen. Gastvrouw Larissa bezorgde Rik De Wever een reisgenoot, Vladimir, die de taal en de gebruiken van het land kende. De twee trokken drie weken samen op. Zonder zijn gezelschap zou de trip “onmogelijk zijn geweest”. Enkel in Jalta bleken de telefoonlijnen goed te werken. “Zo vernam ik dat mijn jongste zoon geslaagd was. Dat was prettig nieuws.” Odessa was dan weer de “meest fleurige stad” die hij had gezien.

“Mijn vader vond dat de mensen die het geluk hadden om in het Westen te wonen, zich moesten inspannen voor de mensen die het ongeluk hadden om aan de andere kant van het IJzeren Gordijn te wonen”, zei Bart De Wever drie jaar geleden in Gazet van Antwerpen. “Na de val van het Oostblok was er veel armoede in dat land. Hij vond dat hij daar dus het verschil kon maken.” Als Antwerps burgemeester begroette hij bij het uitbreken van de oorlog persoonlijk de eerste Oekraïense vluchtelingen in zijn stad.

Na zijn eerste trip las Rik De Wever een stuk in Gazet van Antwerpen over het pas opgerichte Oekraïne-Project-Edegem (OPE). Liliane Bollaerts herinnert het zich alsof het gisteren was: “Hij belde me op en vroeg of hij mocht meehelpen. Rik stelde slechts één voorwaarde: hij wilde niet in de kijker lopen. Hij was de eerste vrijwilliger die zich spontaan kwam aanbieden.”