‘ Bonsoir, salam aleykoum ’. Kahina Bahloul zet zich klaar voor het – corona oblige – digitale vrijdagsgebed. De lippen licht gestift, bril op de neus en haren nonchalant golvend langs haar gezicht spreekt ze haar volgers toe. Bahloul is de eerste vrouwelijke imame van Frankrijk. Tussen haar werk als imame, een thesis en wereldwijd journalisten te woord staan door, vond ze de tijd om een boek te schrijven. Mon islam, ma liberté vertelt haar verhaal, maar ook dat van een liberale, hervormingsgezinde islam. De twee zijn voor haar onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Bahlouls vader komt uit een dorp in de Algerijnse Berberstreek Kabylië. Haar moeder is een Française met Pools-Joodse roots. Zijzelf werd geboren in Parijs in 1979, het jaar waarin ayatollah Khomeini de Islamitische Republiek Iran uitriep, ‘de voorbode van het duistere en moorddadige traject dat de moslimwereld daarna zou afleggen’, zegt de imame tijdens een videogesprek. Haar woorden – die wereldwijd media-aandacht krijgen sinds ze imame werd – leverden haar vijanden op. Ook na de publicatie van haar boek kreeg ze bedreigingen. ‘Die komen hoofdzakelijk van misogyne moslimmannen die moeilijk kunnen accepteren dat een vrouw opeist wat ik opeis’, zegt ze schouderophalend.
Haar boek krioelt van sterke vrouwen, zoals Lalla Fatma N’soumer, de heldin van het Algerijnse verzet tegen de Franse koloniale overheersing. ‘Een figuur als N’soumer is niet gekend door jonge generaties moslims. Ze zou nochtans een grote inspiratiebron voor hen kunnen zijn. Ze was erg devoot en spiritueel. Net omdat er over dat soort vrouwen zo weinig gesproken wordt, haal ik hen in mijn boek naar voren. Jonge moslima’s hebben zulke figuren nodig, met wie ze zich kunnen identificeren.’
Wanneer Bahloul spreekt over vrouwen binnen de islam, klinkt ze activistisch. Dat is ze ook. Zelf besloot ze niet langer naar de moskee te gaan nadat ze met de andere vrouwen in een garage werd gezet: ‘Ik voelde me buitengesloten door mijn eigen gemeenschap. En veel andere vrouwen voelden hetzelfde.’ Maar noem haar geen moslimfeminist. ‘Ik ben een humanist, geen feminist. Dat is geen verwerping van het feminisme. Ik stel gewoon in vraag wat de sociale patronen zijn wanneer vrouwen meer sociale gerechtigheid vragen. Het is precies op het moment dat vrouwen integratie eisen dat ze uitgesloten worden, en dat ze zichzelf uitsluiten. Moslimfeminisme is de voorbije jaren overal in Europa beginnen opkomen. Ik stel me daar veel vragen bij. Wat mij interesseert, is niet het lidmaatschap van een vrouw van een religie, maar in de eerste plaats haar lidmaatschap van de mensheid. In die hoedanigheid moeten haar rechten, keuzes en waardigheid gerespecteerd worden.’
Tijdens haar kindertijd in Algerije kreeg Bahloul het geloof mee van haar grootouders. ‘Ik herinner me de islam als een prachtige religie van vrede en broederschap. Voor de komst van het islamisme was de islam een geloof als alle andere.’ Het islamisme veranderde het gezicht van haar vaderland. In de jaren 90 stortte Algerije zich in een religieuze burgeroorlog tussen islamisten en de militaire regering. Er vielen tussen honderd- en tweehonderdduizend doden. ‘Een traumatiserende periode. Vrouwen werden met zuur aangevallen omdat ze geen hoofddoek droegen. Ze werden verminkt voor het leven, anderen werden vermoord.’ Het beeld van de islam uit Bahlouls kindertijd werd door elkaar geschud door wat ze te zien kreeg in de oorlog.
Bahloul kan de hoofddoek daardoor niet meer zien als een simpel stukje stof. ‘We hebben de neiging om de hoofddoek te reduceren tot een modeaccessoire of tot iets cultureels. Ik respecteer alle meningen, maar had er behoefte aan om te delen hoe ik de hoofddoek heb zien evolueren. Met name in Algerije, een van de eerste landen waar een ideologie vrouwen weer onder een hoofddoek geduwd heeft.’ Aan de hand van islamitische teksten toont de imame aan dat die hoofddoek geen religieus voorschrift is, maar simpelweg een terugkeer naar de controle over het vrouwenlichaam. ‘Dat voorschrift is gecreëerd door politieke leiders: stuk voor stuk mannen die controle wilden uitoefenen en een catastrofaal beeld van de vrouw hadden. Ik denk dat jonge meisjes – vooral in Europa – die vandaag de hoofddoek zien als iets cultureels zonder meer, daaraan herinnerd moeten worden.’
Het ‘zwarte decennium’, zoals de burgeroorlog wordt genoemd, doet Bahloul afstand nemen van haar religie. Ze verhuist naar Frankrijk, studeert rechten en begint te werken in de verzekeringswereld. Het overlijden van haar vader opent vele jaren later de weg naar het imamschap. ‘Zijn dood was een heel zware klap, waardoor ik me existentiële vragen begon te stellen. Ik vertelde aan mijn huisarts, een katholieke vrouw, dat ik in de islam geen antwoorden vond. Zij wees me richting het soefisme.’
Uit de spirituele en mystieke benaderingen van die stroming put ze niet alleen antwoorden, maar ook een humanistische opvatting van de islam. Met de aanslagen van 2015 verandert haar persoonlijke zoektocht in engagement: ‘Ik zag de enorme nood. Meer dan veertien eeuwen intellectuele, spirituele, wetenschappelijke en artistieke ontwikkeling werden te vaak gereduceerd tot geweld en terrorisme. Door een boek te schrijven en naar voren te treden probeer ik mensen daarvan bewust te maken, zodat ze niet in die val trappen.’