Wanneer Iraanse vrouwen bijeenkomen, wordt er gehuild, gelachen en gezongen – ook als ze elkaar nog nooit hebben ontmoet. ‘Wat denk je?’, zegt Sachli Gholamalizad (40) wanneer de fotograaf zijn toestel uithaalt. ‘Zullen we onze Perzische neuzen eens in de verf zetten?’ ‘Goed idee’, antwoordt Nastaran Razawi Khorasani (35). Ze tikt met de vingers op de tafel, schudt het hoofd en begint te neuriën. ‘Ik vind je een geweldige performer’, zegt Gholamalizad. ‘ Thanks ! Jij kunt geweldig zingen’, antwoordt Razawi Khorasani. Poses wisselen elkaar af, complimenten blijven stromen.
Dat de vonk meteen overslaat, is niet onlogisch. Allebei werden Gholamalizad en Razawi Khorasani geboren onder het islamitische regime in Iran, verlieten ze hun thuisstad aan de Kaspische Zee toen ze vijf jaar waren en baanden ze zich een weg naar de theaterwereld. Gholamalizad in België, Razawi Khorasani in Nederland. De eerste won prijzen met haar solovoorstelling A reason to talk (2016), die te zien was in binnen- en buitenland. De tweede tourt momenteel door Nederland met Songs for no one , dat tweemaal bekroond werd met de BNG Bank Theaterprijs en dit jaar werd geselecteerd door de jury van TheaterFestival Vlaanderen. ‘We zijn geprivilegieerd, maar ook verscheurd’, vat Razawi Khorasani samen. Jaren geleden dreef een revolutie hen naar Europa. Vandaag brengt een andere revolutie hen samen.
Sinds de brute dood van de Koerdisch-Iraanse Mahsa (Jina) Amini protesteert de Iraanse bevolking tegen het beleid van de ayatollahs. ‘Deze keer is er geen weg terug’, vertelden Iraniërs eerder aan De Standaard . Die analyse deelt de diaspora. Er werden demonstraties georganiseerd van Toronto tot Seoel, eind oktober zakten tienduizenden Iraniërs uit heel Europa af naar Berlijn. Op sociale media laten publieke figuren met een miljoenenbereik, zoals de actrices Golshifteh Farahani en Nazanin Boniadi, hun stem horen. Allemaal hebben ze één doel: erover waken dat de wereld niet wegkijkt. Opdat de woorden zan, zendagi, azadi – vrouw, leven, vrijheid – ook buiten de Iraanse landsgrenzen luid blijven weerklinken.
Iran is een land met een protestgeschiedenis. Klinkt de stem van de diaspora deze keer anders voor jullie?
Sachli Gholamalizad : ‘Ik heb me nog nooit zo verbonden gevoeld met de Iraanse community. De broeder- en zusterschap die de diaspora nu ervaart, is ongezien. Sinds de protestgolf hebben veel van mijn niet-Iraanse vrienden niet één berichtje gestuurd om te vragen hoe het met me gaat. Dat heeft me zo gekwetst. Maar tegelijk ging een andere deur open. Als de revolutie voorbij is en de Iraanse bevolking gewonnen heeft, is de kans groot dat die groep weer versnipperd raakt. Dat is typisch aan Iraniërs: ze gaan hun eigen weg. Maar tot dan hebben we elkaar.’
Nastaran Razawi Khorasani : ‘Laatst bracht ik mijn dochter (5) naar de balletles. Op de fiets zong ik voor haar het lied ‘Beraye’ (een nummer van de Iraanse muzikant Shervin Hajipour dat is uitgegroeid tot het lijflied van de protestbeweging, red.) . Er fietste een vrouw langs met drie kinderen. Zij hoorde mij het nummer zingen en zong spontaan mee. “Mama, luister”, zei mijn dochter. “Dat liedje!” Toen hebben we nog twee minuten naast elkaar gefietst en samen gezongen. Twee maanden geleden zouden we elkaar misschien niet eens hebben aangekeken. Als ik nu ergens ben en vermoed dat iemand Iraans is, vraag ik het. Irani hasti ? Als dat zo is, praten we even over de situatie in Iran. Ik word er helemaal warm van. In het Farsi gaan gesprekken zo makkelijk. De taal is zo los en mooi …’
Gholamalizad : ‘… en zo rijk. Als ik Farsi op straat hoor, wil ik meteen weten wie die mensen zijn. Ik heb altijd de nood gevoeld om omringd te worden door Iraniërs.’
Razawi Khorasani : ‘Ik dus niet. Als ik vroeger een Iraniër zag, keek ik weg. Nu wil ik die recht in de ogen kijken.’