Een heilig vuur heeft Sarah Kabbout in de ogen als ik haar voor het eerst ontmoet tijdens een betoging voor vrouwenrechten in Beiroet. Uit duizenden vrouwenkelen dreunt ‘thawra’ , ‘revolutie’, het weerkaatst tussen de torengebouwen. Sinds 17 oktober 2019 betoogt Libanon dagelijks. Sarah is pas zeventien en laatstejaars in het middelbaar. Ze is helemaal vanuit het noordelijke Tripoli naar Beiroet gekomen. Vrouwen lopen niet toevallig vaak voorop in de Arabische revoluties. ‘Voor ons is het altijd een dubbele revolutie’, vertelt Sarah. ‘Tegen het systeem dat iedereen onderdrukt en voor onze rechten als vrouw. Alle wetten in dit land zijn tegen ons.’

‘Kullun yaani kullun’ , ‘iedereen betekent iedereen’, is in die eerste dagen de favoriete slogan. De hele politieke klasse moet op de schop, iedereen heeft boter op het hoofd. Op het centrale Martelarenplein discussiëren burgers, voorbij politieke en religieuze verschillen, over de staat van hun land. Aanleiding voor de betogingen is een taks die de regering wil heffen op Whatsapp-gesprekken. Maar die is niet meer dan de spreekwoordelijke druppel. De onvrede zit veel dieper en is veel groter.

De sektarische oligarchie die in Libanon heerst, heeft na decennia van corruptie en wanbeleid de schatkist grotendeels leeg gekregen. Met zijn achttien religies en etnieën is Libanon een sektarisch land bij uitstek. Bij de stichting van de Libanese republiek, in 1943, en na de eindeloze burgeroorlog van 1975 tot 1990 werd een extreme ‘verzuiling’ nog als oplossing gepropageerd. Vandaag is die sektarische opdeling voor de ontevreden massa net een wezenlijk deel van het probleem. De president van het land is altijd een maronitische ­christen – een erfenis van de Franse ­kolonisatie na de Eerste Wereldoorlog. Sinds 2016 is de president oud-legerleider Michel Aoun (86), ooit een vijand van de Sy­r

iërs, nu een bondgenoot van de sjiitische Hezbollah, die het Syrische regime steunt. De parlementsvoorzitter is een sjiiet en heet al sinds 1992 onveranderd Nabih Berri (83). De soennieten mogen de premier leveren en kijken daarvoor vaak naar Saad Hariri (51). Die erfde de rol van zijn vader Rafik Hariri, de belangrijkste architect van het Libanon dat na de burgeroorlog uit de as verrees. De oude Hariri werd in 2005 ­gedood door een autobom, volgens het internationale Tribunaal voor Libanon door militanten van dezelfde Hezbollah met wie de jonge Hariri voortdurend de macht moet delen.

De Libanese politiek is, kortom, complex en zit vol contradicties. Het smeervet is niet het algemeen welzijn, wel geld en macht, verdeeld onder de politieke facties. Bovendien speelt op de achtergrond een patriarchaal samen­levingsmodel. Voor partijen die zich ­religieus identificeren – wat zowel christenen als moslims doen – is ethisch conservatisme deel van hun identiteit. Vrouwenrechten staan haaks op zo’n ­patriarchaal model. Libanese vrouwen mogen er dan vaak bevrijd uitzien, als een Libanese met een buitenlander trouwt, kan ze haar nationaliteit bijvoorbeeld niet op haar kind overdragen; ­Libanese mannen die een buitenlandse vrouw huwen, mogen dat wel.

Het is in die context dat Sarah in het najaar van 2019 maandenlang blijft protesteren. Een foto waarop ze in haar eentje een cordon van het Libanese ­leger trotseert, haalt de internationale media. Weinigen weten wie het tengere meisje is, maar het beeld wordt een symbool van het verzet. Een bewijs dat het Libanese volk de schurkenpraktijken van zijn politici niet meer duldt.

In bar Demo in de wijk Gemmayzeh, een van de cafés waar het traangas en de adrenaline worden weggespoeld, ontmoet ik voor het eerst de cartoonist ­Bernard Hage, beter bekend onder zijn ­artiestennaam The Art of Boo. Ik ken zijn cartoons uit de Franstalige krant L’Orient-Le Jour , zoals die waarin een ­vader zijn zoon op ingepakte reiskoffers wijst: ‘Ooit zal dit allemaal van jou zijn.’ In een andere cartoon stelt een dokter dat Libanon aan de ‘Hezbollah-ziekte’ lijdt. Hezbollah is machtiger dan het ­Libanese leger en probeert het land steeds meer tot een filiaal van de Islamitische Republiek Iran te maken.

Anders dan in Syrië of Egypte kan een cartoonist zich in Libanon nog een beetje kritiek op de politieke klasse veroorloven, maar kritiek op Hezbollah is niet risicoloos: de ‘partij’ heeft een lange traditie van politieke moorden. ‘Misschien hoop ik wel stiekem dat iemand me in elkaar komt slaan’, grapt Bernard. ‘Dat vergroot mijn kansen om ergens asiel te krijgen.’