Het kon niet anders dan dat de gloednieuwe Iraanse president, de conservatieve hardliner Ebrahim Raisi, met enige schadenfreude de Amerikaanse chaos in buurland Afghanistan zou toejuichen. Als de Verenigde Staten, waarmee de Islamitische Republiek Iran al sinds haar stichting in 1979 in een soort staat van oorlog verkeert, op zo’n pijnlijke manier een buitenlandse interventie van twintig jaar moeten beëindigen, dan is dat koren op de molen van Teheran.

‘De militaire nederlaag en ­terugtrekking van Amerika moeten een kans worden om het leven, de veiligheid en blijvende vrede in Afghanistan te herstellen’, liet ­Raisi maandag optekenen. De rest van zijn mededeling kwam dan weer recht uit een cursus diplomatie. ‘Iran steunt inspanningen om de stabiliteit in Afghanistan te ­herstellen, en als buurland en broederlijke natie nodigt Iran alle groepen in Afghanistan uit om tot een nationaal akkoord te komen.’

Die verzoenende taal voor de ­Afghanen zegt al meteen dat Teheran niet bepaald gerust uitkijkt naar de machtsovername door de taliban. Iran deelt een grens van duizend kilometer met Afghanistan, en duizenden jaren van complexe politieke, economische en culturele relaties.

Het ene cliché zegt dat de Iraanse theocratie het uitstekend moet kunnen vinden met de ultra­conservatieve taliban-collega’s aan de overkant van de grens – vrouwenrechten staan bijvoorbeeld bij geen van beide hoog op de agenda, islamitisch geïnspireerde wetgeving wel. Een andere schijnwaarheid stelt dat hun concurrerende religieuze overtuiging – de Iraanse mollahs zijn sjiieten, de ­Afghaanse krijgsheren soennieten – wel onmiddellijk tot een heilige oorlog tegen elkaar zou moeten ­leiden.

Beide stellingen zijn maar een beetje waar, en geen van beide is op dit moment doorslaggevend. Vooral een lange set van belangen ­bepaalt hoe de relatie verder gaat. Zo heeft Teheran wel een beetje baat bij een Amerikaanse afgang, maar nog meer bij eender welke stabiliteit aan zijn oostgrens. Iran huisvest nu al 3,5 miljoen Afghaanse vluchtelingen. Het begon deze week alvast met de bouw van tentenkampen nabij de grens voor de gevreesde opvang van nieuw­komers. Iran zit niet te wachten op een nieuwe immense vluchtelingenstroom.

Teheran zit economisch al diep in het slop, niet alleen als gevolg van Amerikaanse sancties, maar ook als gevolg van endemische corruptie en systeemfouten in het islamitische regime. De bevolking mort, de troonsbestijging van de nieuwe president Raisi kwam er ondanks een historisch lage opkomst bij de verkiezingen in juni.

Vooral het zuiden van Iran is al maandenlang woelig, met steeds weerkerende volksprotesten die ook echo’s krijgen in grote steden elders. Intussen dwingt een vijfde golf van de covidepidemie, die de ayatollahs maar niet onder controle krijgen, Iran deze week een nieuwe nationale lockdown in.

Daarnaast speelt de historisch gespannen relatie met de taliban. Bij de vorige grote machtsgreep van de extremistische Afghanen kwam het in 1998 tot wederzijds bloedvergieten. Iran steunde toen de Noordelijke Alliantie, die vocht tegen de taliban. Naar verluidt als wraak voor de executie van duizenden taliban-gevangenen – op zich ook weer wraak voor een eerdere slachtpartij – richtten de taliban in 1998 een bloedbad aan bij hun verovering van de stad Mazar-i-Sharif. Daarbij doodden ze ook tien Iraanse diplomaten en een journalist.