De Iraanse ‘Opperste Leider’, Ali Khamenei (80), beloofde vanochtend al snel ‘strenge wraak voor de criminelen’ die vannacht met enkele welgemikte bommen een konvooi onschadelijk maakten aan de luchthaven van de Iraakse hoofdstad Bagdad. De meest prominente inzittende van het konvooi, de Iraanse generaal Qassem Soleimani (62), heeft in vele opzichten het bloedige Midden-Oosten van de afgelopen vijftien jaar mee vormgegeven.
Als bij potentiële Iraanse wraakacties vandaag al meteen wordt gedacht aan een brede boog van landen – Irak, Syrië, Libanon, Israël, Saudi-Arabië, Jemen, de drukbevaren Straat van Hormoes – is dat omdat Soleimani de Islamitische Republiek Iran vooral sinds 2003 tot een cruciale speler in (en/of tegen) die landen heeft gemaakt.
Special forces
Aan het hoofd van zijn brigade ‘Al Quds’ – de Arabische en Perzische naam voor Jeruzalem – werkte Soleimani als de regionale arm van de beruchte Iraanse Revolutionaire Garde. Zijn brigade werd weleens omschreven als een ‘samenstelling van special forces en de Iraanse versie van de Amerikaanse geheime dienst CIA’.
Terwijl hij eerst carrière maakte als legerofficier in de bloedige Iraaks-Iraanse oorlog van de jaren 80, ging Soleimani zich in de jaren 90 met de regionale politiek bezighouden. Soleimani maakte mee de Hezbollah groot, de sjiitische militie in Libanon die slagkrachtiger werd dan het Libanese leger, en die Israël in het jaar 2000 tot een aftocht uit Zuid-Libanon dwong.
De faliekante Amerikaans-Britse invasie in Irak van 2003 gaf Soleimani de mogelijkheid om Iran tot een hoofdrolspeler te maken in een buurland waar tot dan de soennitische dictator Saddam Hoessein de plak zwaaide. Alweer waren het lokale sjiitische, door Iran bewapende en gefinancierde milities die Soleimani’s uitverkoren machtsinstrument werden.
Volgens de VS zijn die milities verantwoordelijk voor de dood van meer dan 600 Amerikaanse soldaten en burgers in die jaren.
Arabische Lente
