‘Door een aanslag te willen plegen op een drukbezochte conferentie ondermijnen de beklaagden niet alleen de vrijheid van menings­uiting, maar tasten ze ook het veiligheidsgevoel aan van de Iraanse vluchtelingen die een veilige haven zochten in de Europese Unie.’

De correctionele rechtbank van Antwerpen was gisteren niet mals voor de Iraanse diplomaat Assadollah A. en het Belgische koppel van Iraanse origine Amir S. en Nasimeh N. Door hun acties liepen en lopen, aldus het vonnis, bepaalde mensen nog altijd gevaar. ‘De ­beklaagden vonden mensenlevens ondergeschikt aan hun financiële drijfveren.’

Assadollah A. werd veroordeeld tot 20 jaar cel. Hij was het operationele brein achter een de verijdelde bomaanslag op een Iraanse oppositiebeweging die in 2018 nabij ­Parijs een congres hield. Amir S. en Nasimeh N. kregen 15 en 18 jaar cel. Zij waren tegengehouden in Sint-Pieters-Woluwe met naar schatting 500 gram springstof en een ontstekingsmechanisme in hun auto. Mehrdad A., de man die op de uitkijk stond, kreeg 17 jaar.

Assadollah A. beriep zich op zijn diplomatieke onschendbaarheid en immuniteit, maar volgens de rechtbank geniet hij die alleen in Oostenrijk, waar hij destijds geaccrediteerd was. Assadollah A. voerde ook geen diplomatieke activiteiten uit, maar runde vanuit de Iraanse ambassade in Wenen een netwerk van informanten, waartoe ook zijn drie medebeklaagden ­behoorden.

De Islamitische Republiek Iran veroordeelde het vonnis. ‘Jammer genoeg namen België en bepaalde Europese landen, onder de vijan­dige invloed van de terroristische groep van de “munafiqun” in Europa, een illegale en onverdedigbare maatregel’, zei de woordvoerder van het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Met ‘muna­fiqun’, een pejoratieve term die ‘hypocrieten’ betekent, bedoelt het regime in Teheran de oppo­sitie­beweging MEK.

De burgerlijke partijen zijn opgetogen over de veroordeling. De Iraanse oppositiepartij NCRI ziet er een duidelijke bevestiging in van de betrokkenheid van het Iraanse regime bij staatsterrorisme.

Het verdict kan gevolgen hebben voor de relaties van de EU met Iran en bepaalde dossiers die de betrekkingen bezwaren. Zo heeft de echtgenote van de Zweeds-Iraanse VUB-gastdocent Ahmadreza Djalali, die in Iran wegens spionage ter dood veroordeeld is, al een verband gelegd tussen het lot van haar man en dat van de Iraanse ­diplomaat. De Iraanse minister van Buitenlandse Zaken had eind vorig jaar ook al laten verstaan dat zijn land bereid is om gevangenen te ruilen. De Iraanse autoriteiten zouden ­bovendien aan de advocate van Djalali toegegeven hebben dat ze hem willen gebruiken om Assadollah A. vrij te krijgen.

De Europese Commissie geeft geen commentaar op beslissingen van rechtbanken in lidstaten, maar gevraagd naar een reactie zei de woordvoerder dat de EU ‘het oordeel en de implicaties zal bestuderen’. ‘De daden die deze persoon heeft gepleegd, zijn totaal on­aanvaardbaar. Hij staat trouwens op de antiterreurlijst van de EU.’ (poj, blg)