Ruim een kwart van de deelnemers aan De Stemming, het opinieonderzoek van De Standaard, VRT NWS en de RTBF, zegt vandaag voor de N-VA te stemmen bij federale verkiezingen. Daarmee doet de partij even goed als bij de verkiezingen van 2024.

Dat is een straffe prestatie, want bijna 10 procent van de respondenten weet nog niet op wie ze zouden stemmen. Ook binnen die groep onbeslisten zijn er flink wat mensen bij wie toch de N-VA het meeste voorkeur geniet, waardoor de partij potentieel richting 28 procent kan groeien. Indien echt iedereen die het overweegt voor de N-VA zou stemmen, ligt de absolute bovengrens boven de 40 procent.

Dat laatste gebeurt alleen op papier, en elke peiling komt met een foutenmarge, maar de partij bevestigt zo zijn leiderschap in Vlaanderen. Zelfs naaste concurrent Vlaams Belang blijft in alle scenario’s 5 tot 7 procent kleiner. Het totale potentieel van die partij ligt met bijna 30 procent ook een pak lager.

Terwijl Vlaams Belang in de ogen van de kiezer nog steeds een one-issuepartij met migratie als speerpunt is, plakken er ondertussen al veel thema’s exclusief aan de N-VA, waaronder economie, werkgelegenheid, internationale veiligheid en natuurlijk staatshervorming.

Die dominantie kan gerust toegeschreven worden aan één man: premier Bart De Wever. Bijna een derde (30 procent) van de Vlaamse deelnemers noemt spontaan zijn naam wanneer ze de vraag krijgen door welke politicus ze zich het best vertegenwoordigd voelen. Dat is nog flink meer dan de 22 procent in 2025, wat toen ook al ongezien was sinds we begonnen zijn met De Stemming in 2020. In eigen partij was BDW al god. Zijn uitstraling reikt steeds verder buiten de partijgrenzen.

Trouwens, met nog goed 30 procent van de Vlamingen die aangeven zich door werkelijk geen enkele politicus vertegenwoordigd te voelen, vechten alle andere politici voor de kruimels. Tom Van Grieken (VB), Raul Hedebouw (PVDA) en Conner Rousseau (Vooruit) vervolledigen weliswaar de top 4, maar blijven enorm in de schaduw staan van De Wever.

Opvallend is ook dat andere N-VA-kopstukken veel minder sterk scoren. Zowel Theo Francken als Zuhal Demir verdwijnt uit de top 10 van populaire politici. Het illustreert alweer dat het succes van de N-VA grotendeels samenvalt met dat van premier De Wever. Handig op dit moment, maar zo’n afhankelijkheid houdt ook risico’s in.

Dat de kopmannen van de politieke uitersten de top 3 vervolledigen, is bovendien een teken aan de wand. Met minstens een vijfde van de kiezers op zak blijft Vlaams Belang als geen ander de ‘proteststem’ capteren, ondanks de populariteit van De Wever. Die zuigt vooral het centrum verder leeg bij CD&V en Anders, eerder dan zijn concurrent op rechts te plunderen.