Premier Bart De Wever (N-VA) is de onbetwiste nummer één in politiek Vlaanderen. Liefst 30 procent van de Vlamingen noemt hem als de persoon die hen het best vertegenwoordigt. Met die monsterscore staat hij eenzaam aan de top. Dat blijkt uit De Stemming, het jaarlijkse opinieonderzoek van De Standaard, VRT NWS en de RTBF. Het is ver zoeken naar zijn achtervolgers. Bij hen vechten onder meer Tom Van Grieken (Vlaams Belang), Raoul Hedebouw (PVDA), Conner Rousseau (Vooruit) en Jos D’Haese (PVDA) om enkele procentpunten.

Dat de dominantie van De Wever totaal is, blijkt uit de vaststelling dat hij ook bij heel wat kiezers van andere partijen in de gunst staat. Ook bij wie niet voor de N-VA kiest, kan hij op steun rekenen: een derde (34 procent) van wie hem noemde als beste politicus, is niet van plan om voor de N-VA te stemmen. De aantrekkingskracht van De Wever ‘buiten de eigen kring’ is het laatste jaar alleen maar toegenomen, stellen de onderzoekers van de Universiteit Antwerpen en de ULB die meewerken aan De Stemming. In tegenstelling tot zijn voorganger Alexander De Croo (Anders) geniet De Wever momenteel wel volop van zijn kanseliersbonus.

Die hoge populariteit bij de Vlaming heeft De Wever allicht mee te danken aan de grote waardering voor zijn werk. De Vlaming geeft hem 6,4 op 10. Daarmee doet hij het zelfs een tikkeltje beter dan in 2025. De Wever heeft trouwens een grote groep superfans: 20 procent van de Vlamingen geeft hem de maximumscore van 10 op 10.

De appreciatie is niet alleen groot, ze blijkt ook breed gedragen over links en rechts. Enkel bij de achterban van de uiterste partijen krijgt De Wever een onvoldoende. PVDA’ers geven hem 3,9 en Vlaams Belangers 4,5 op 10. Bij partijen van de meerderheid haalt de regeringsleider overal ruim voldoende: 6,6 bij Vooruit, 7,1 bij CD&V en als kers op de taart 9,2 bij de eigen N-VA-achterban.

Van alle partijvoorzitters mag Frédéric De Gucht (Anders) zich het meest zorgen maken. Kiezers van de Vlaamse liberalen waarderen De Wever, terwijl hun eigen partij er oppositie tegen voert. Met 7,3 scoort de premier hoger bij Anders-stemmers dan bij de eigen coalitiepartners Vooruit en CD&V. De waardering van het Anders-kiespubliek is bovendien gestegen tegenover 2025. Toen haalde de premier net geen 6.

Premier De Wever kan alleen maar tevreden conclusies trekken uit al die vaststellingen. De man is op zich al een sterker merk dan de N-VA. Kijk bijvoorbeeld naar de appreciatie bij kiezers van Groen, een partij die haast het omgekeerde is van zijn N-VA, maar waar hij toch nog 5,6 op 10 krijgt.

De Wevers populariteit reikt bovendien tot voorbij de taalgrens. Ook bij Walen en Brusselaars duikt de Vlaams-nationalist snel op, wanneer hen gevraagd wordt wie hen het best vertegenwoordigt. Alleen Raoul Hedebouw doet het in beide regio’s beter in de poppoll. Maar telkens zit De Wever hem wel op de hielen.

Het valt op hoe de Franstaligen meer aan premier De Wever denken dan aan MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez, nochtans het gezicht van de grote overwinning van rechts in 2024. Bouchez haalt in Brussel en Wallonië telkens brons. Les Engagés-kopstuk Maxime Prévot is in Wallonië slechts de nummer vijf (en in Brussel zes) in de poppoll. Hun beide electoraten geven De Wever uitstekende punten: van de MR-kiezer krijgt hij 7,5 (Wallonië) en 7,1 (Brussel), voor Les Engagés gaat het om 6,5 (Wallonië) en 6,7 (Brussel).