Behalve de programmawet met tal van begrotingsmaatregelen, keurde het parlement vannacht ook de pensioenhervorming goed. Wat betekent die voor u?
De pensioenhervorming van de regering-De Wever raakt niet aan de wettelijke pensioenleeftijd. Nu ligt die op 66 jaar, vanaf 2030 wordt dat 67 jaar. Dat was al eerder beslist en blijft onveranderd. Concreet betekent het dat wie geboren is vóór 1 januari 1960 tot 65 jaar moet werken. Wie tussen 1960 en 31 december 1963 is geboren, moet tot 66 jaar werken. Voor wie daarna is geboren, wordt dat dus 67 jaar.
Vervroegd met pensioen gaan blijft mogelijk, maar de regering-De Wever scherpt de voorwaarden wel flink aan. Voortaan moet je daarvoor voldoen aan een vereiste loopbaanduur die samenhangt met de leeftijd. Wie bijvoorbeeld op zijn 60ste met pensioen wil gaan, moet 44 loopbaanjaren kunnen voorleggen, voor wie op zijn 61ste of 62ste stopt met werken, zijn dat 43 loopbaanjaren. Vanaf je 63ste worden dat 42 loopbaanjaren.
De voorwaarden voor wat als loopbaanjaar geldt, verstrengen ook. Het huidige minimum van 104 gewerkte of daaraan gelijkgestelde dagen wordt vanaf 1 januari 2027 opgetrokken naar 156 dagen. Ziekteperiodes tellen als gelijkgestelde dagen, net als zorgverlof, moederschaps- en geboorteverlof, en tijdelijke werkloosheid.
Voor het eerste loopbaanjaar wordt de grens op 104 gewerkte dagen te houden. Wie pas na afstuderen is beginnen werken, kan zo zijn eerste werkjaar ook laten meetellen.
De grote paradigmashift van de pensioenhervorming is dat er een financiële prikkel komt om langer te blijven werken. En wie vervroegd met pensioen gaat en niet aan bepaalde voorwaarden voldoet, wordt financieel gestraft.
Wie langer dan de wettelijke pensioendatum aan de slag blijft, krijgt voortaan een pensioenbonus waarvan de hoogte oploopt, naargelang uw geboortejaar, van 2 tot 5 procent.
Wie echter vervroegd met pensioen gaat zonder aan bepaalde voorwaarden te voldoen, ziet zijn bruto pensioen verminderen. Die voorwaarden zijn belangrijk: je kan maar aan de pensioenmalus ontsnappen als je minstens 35 jaar hebt gewerkt (met telkens 156 effectief gewerkte dagen) en een totaal van 7.020 effectief gewerkte dagen over de hele loopbaan. Ook hier tellen ziekteperiodes mee als gelijkgestelde dagen, net als zorgverlof, moederschaps- en geboorteverlof en tijdelijke werkloosheid. Maar periodes van brugpensioen, werkloosheid en landingsbanen tellen niet mee.


