Nog maar eens een nieuwe episode in de ietwat bizarre vechtscheiding tussen Vooruit-gedeputeerde Jinnih Beels en haar partij. De voormalige Antwerpse kopvrouw stelt zich al langer op als een dissidente binnen de partij en wordt binnenkort uitgenodigd voor de tuchtcommissie van Vooruit. In de aanloop daarvan maakte ze in een interview met De Morgen al duidelijk dat ze “nooit een partijkaart had mogen aanschaffen”. “Ik ben als onafhankelijke toegetreden met een duidelijke afspraak: ik wil komen meespelen, maar er zijn een aantal zaken die voor mij niet op dezelfde manier gaan verlopen als voor de rest.” Intussen zag Vooruit haar wel steeds verder opschuiven van de partijlijn.
Waarom Beels zich dan een partijkaart heeft aangeschaft? “Uit loyaliteit, maar ook uit onwetendheid”, zegt ze. “Blijkbaar word je in een partij geacht om niet meer zelf na te denken. Voor mij is een partij geen doel maar een middel: je kan in België niet aan politiek doen zonder lid te zijn van een partij.” Ze stelde in haar boek wel de vraag aan partijvoorzitter Conner Rousseau of er een mogelijkheid is om samen verder te gaan zonder lidkaart. “Daar heb ik geen antwoord op gekregen”, klinkt het. “Dat is ook een antwoord, zeker? Dus goed, ik zal de legislatuur uitzitten met een partijlidkaart – als ze mij dat toelaten. Maar als ik afga op de signalen die ik opvang, lijkt het mij bijna een voldongen feit dat ik richting de exit geduwd word.”
Dat laatste lijkt Vooruit-voorzitter Conner Rousseau intussen ook met zoveel woorden aan te geven in een interview met het weekblad Humo. “Ik heb Jinnih altijd erg graag gehad en heb veel voor haar gedaan, meer dan wie ook binnen de partij”, zegt hij. “We hebben vaak goed samengewerkt, maar als je zelf aangeeft dat je je bij de partij niet langer goed voelt, moet je daar consequenties aan verbinden.” Over de tuchtprocedure wil Rousseau zich niet uitspreken. “Dat is een interne kwestie. Laten we dat vooral zo houden. Een commissie geeft over enkele weken een advies, waarna de voorzitter een beslissing neemt. En die volgt doorgaans dat advies.” Daarmee nadert de sage wel stilaan de ontknoping.
Mocht er nog iemand twijfelen aan de bandbreedte die Beels zich permitteerde: in De Morgen komt ze ook nog eens terug op de podcast die ze opnam met Vlaams Belang-voorzitter Tom Van Grieken. Daarin ging het er wel heel gemoedelijk aan toe, terwijl de strijd tegen extreemrechts juist één van de belangrijkste punten is van voorzitter Rousseau. “Voor mij is Vlaams Belang een democratische partij zoals er in het parlement zes andere zijn”, ziet Beels dat duidelijk anders. “Naar mijn mening is Tom Van Grieken geen abnormaal mens, en ook geen abnormale voorzitter.”
In één adem maakt ze ook nog eens duidelijk dat Vooruit haar vooral dankbaar mag zijn. “Ik heb hen een derde zetel in het federaal parlement voor Antwerpen bezorgd. En ik mocht jaren geleden als groentje de meubelen redden en het opnemen tegen Bart De Wever. Ik heb veel teruggedaan voor de partij, hoor.”
Het leven van een partijvoorzitter kan zwaar zijn, zo geeft Rousseau nog aan in Humo. Of hij het nog niet beu is? “Elke week wel eens”, zegt hij. “Maar heeft niet iedereen dat gevoel?” Hij voegt er nog aan toe: “Als je gelukkig wilt worden, moet je niet in de politiek stappen. Maar ik ben oké.”


