Vrouwen staan negatiever tegenover het beleid van de regering-De Wever. Dat blijkt uit De Stemming, het jaarlijkse opinieonderzoek van De Standaard, VRT NWS en de RTBF. Bovendien vinkt 57 procent van de Vlamingen de categorie ‘vrouwen’ aan als een benadeelde groep door het regeringsbeleid. Daarmee vormen ze de meest benadeelde groep, meer dan mensen met gezondheidsproblemen (56 procent), werklozen (54 procent) of vluchtelingen en asielzoekers (32 procent). Ook in Franstalig België ziet de helft van de kiezers vrouwen als de pineut van het regeringsbeleid.
Het gevoel dat vrouwen benadeeld worden, zit stevig in de lift. In 2025 vinkte slechts 29 procent van de Vlamingen ‘vrouwen’ aan bij de vraag wie er lijdt onder het regeringsbeleid. De stijging bevindt zich in elk electoraat. Ook bij de Vlaamse regeringspartijen Vooruit en CD&V leeft dat sentiment: zeven op de tien Vooruit-kiezers denken er zo over, bij CD&V de helft.
Binnen de N-VA zien ze dat helemaal anders. Daar vindt maar 34 procent dat vrouwen benadeeld worden. Vorig jaar was er bij de N-VA zelfs helemaal nog geen vuiltje aan de lucht. Toen vond slechts 7 procent dat.
Al van bij de start worstelt de regering met het imago van een club waarin mannen het voor het zeggen hebben. Slechts vier van de vijftien ministers zijn vrouwen en geen van de vrouwelijke ministers maakt deel uit van het kernkabinet. “Dat is niet het beeld van de politiek dat we moeten uitdragen”, oordeelde minister van Justitie Annelies Verlinden (CD&V) zelf toen bekendraakte wie welke ministerspost zou bekleden.
Naar een exacte reden waarom de regering het minder goed doet bij vrouwen en ze als benadeeld gezien worden, peilde De Stemming niet. Al wijst professor Stefaan Walgrave (UAntwerpen) wel richting de pensioenhervorming als “meest waarschijnlijke oorzaak”. De architect van die hervorming is minister van Pensioenen Jan Jambon (N-VA). Begin maart, kort voor de onderzoekers begonnen aan hun bevraging, viel Jambon op met uitspraken zoals “vrouwen zullen zich wel aanpassen”, nadat hij de kritiek had gekregen dat zijn pensioenhervorming vooral vrouwen treft. Achteraf verklaarde Jambon verkeerd begrepen te zijn: “Ik heb nooit gezegd dat vrouwen meer moeten gaan werken of hun gedrag moeten aanpassen.”
De N-VA’er moest de jongste maanden wel vaker verantwoorden waarom zijn pensioenhervorming wel eerlijk zou zijn. De regering probeert het aantal gewerkte jaren en de pensioenopbouw maximaal op elkaar af te stemmen. Wie afzwaait met onvoldoende jaren op de teller, zou tegen een malus en dus een lager pensioen aankijken. Maar daarbij komen vrouwen meer in het vizier dan mannen: vrouwen werken vaker deeltijds of nemen meer zorgtaken op zich. Hetzelfde geldt voor het onderwijs. Leerkrachten zijn een groep die door Jambons hervormingen straks aankijkt tegen een lager pensioen. In die sector werken meer vrouwen dan mannen.
Jambon drukt telkens op het hart dat met alles rekening gehouden wordt. Maar de tegenboodschap van de linkse oppositie en vakbonden slaat dus duidelijk aan, zelfs tot in grote mate binnen de coalitiepartners van de N-VA. “De stijging is meer uitgesproken in Vlaanderen en dat is ook de plaats waar Jambon net zichtbaarder is”, zegt Walgrave.
In De Stemming bekeken de onderzoekers ook welk type kiezers een partij de rug toekeert. Bij de N-VA zijn dat net iets meer vrouwen dan mannen. Van de mensen die bij de laatste verkiezingen voor de N-VA kozen en intussen anders zouden kiezen, is 53,3 procent vrouw. De trouwste groep kiezers van de N-VA bestaat voor het overgrote deel uit mannen (62,5 procent), stellen de onderzoekers van de UAntwerpen en de ULB.


