Toen de Duitse bondskanselier Konrad Adenauer in 1955 naar Moskou trok om met Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov te onderhandelen, dronk hij op zijn hotelkamer olijfolie om een beschermlaag over zijn ingewanden te leggen. Het was gebruikelijk om tijdens de gesprekken veel wodka te verzetten en Adenauer wilde het hoofd helder houden. Het bleek een diplomatieke meesterzet: de kanselier kreeg duizenden Duitse krijgsgevangen vrij. Of de methode onder de kwakzalverij valt, dan wel terugbetaling door het ziekenfonds rechtvaardigt, laat ik over aan de medische stand. Het punt is dat onderhandelen met Moskou altijd een aparte discipline is geweest.

Vladimir Poetin is evenwel geen groot drinker, dus de uitdaging ligt nu elders. In het Cypriotische Limassol bezonnen de Europese ministers van Buitenlandse Zaken zich vorige week over onze strategie. Het idee dat we met Poetin moeten onderhandelen, is “mainstream” geworden, zei premier Bart De Wever (N-VA) vorige maand. Dus moet er een gezant worden aangeduid. Daar kwam ook in Limassol nog niets van in huis.

Weer typisch Europa, wordt dan gezucht. En toch: de Europese eensgezindheid over Oekraïne was van bij het begin opmerkelijk. Er ging meteen geld en wapentuig naar Kiev. President Volodymyr Zelensky kreeg overal een ontvangst die ergens lag tussen een pausbezoek en een optreden van Taylor Swift, met selfies, uitbundige omhelzingen en leiders die zich gedroegen alsof ze backstagepasjes probeerden te bemachtigen. Rusland kreeg de ene na de andere sanctie.

Intussen zit de oorlog muurvast. Niemand boekt nog terreinwinst, alleen de begraafplaatsen breiden uit. Drones en raketten richten schade aan, ook diep in het achterland. Donald Trump, die ooit beloofde om het conflict in minder dan 48 uur te beëindigen, houdt er zich niet meer mee bezig. De Amerikaanse president beschikt over een aandachtsspanne die experts tot voor kort uitsluitend bij goudvissen hadden vastgesteld. Vandaag klooit hij in Iran, morgen weer op een ander continent.

Trumps pogingen om vrede in Oekraïne te fiksen zonder de Europeanen erbij te betrekken, leverden niets op. Als het ooit lukt om tot een onderhandelde oplossing te komen, dan zal de EU aan tafel moeten zitten. Het zal immers moeten gaan over de Russische tegoeden in Europa, over sancties, wederopbouw en toezicht op de uitvoering van de afspraken. Maar wie zet je daar dan neer? Zoeken we iemand om het Europese standpunt te verkondigen? Die bestaat al: ze heet Kaja Kallas en is voltijds vertegenwoordiger voor het Buitenlands Beleid van de Europese Unie. Uiteraard ligt ze moeilijk in Moskou. Wie het truitje van de tegenpartij draagt, wordt zelden als scheidsrechter aanvaard.

Wie écht wil onderhandelen met Poetin, moet onvermijdelijk een zekere afstand tot Oekraïne accepteren. Er zullen toegevingen moeten komen. Anders heet het geen onderhandelen, maar preken voor eigen parochie. Dan krijgt het vacaturebericht voor de gezant een alternatieve omschrijving. “Gezocht: m/v/x die territoriale integriteit flexibel wil interpreteren. Kennis van Russisch strekt tot aanbeveling. Het vermogen om urenlange historische colleges van Poetin uit te zitten is vereist, ervaring met landruil een pluspunt.”

Precies op dat punt begint de hele Europese strategie te rafelen. Daarom is het begrijpelijk dat Europa er niet snel uit raakt. Baltische staten steunen Oekraïne onvoorwaardelijk. Ze verkiezen de huidige situatie boven elke vorm van Russische beloning. De beer blijft hongerig, is de gedachte. Als je hem vandaag iets toestopt, staat hij morgen weer aan de deur. In andere landen roept Donbas dan weer een vaag beeld op van een plek die evengoed een vergeten provincie in een Sovjetatlas kan zijn als een derdeklasseclub uit de Balkan die naast de bekerfinale greep.

Die verdeeldheid loopt trouwens niet alleen tussen lidstaten, maar ook dwars door regeringen en partijen. Zelfs bij ons. De premier liet optekenen dat hij zo snel mogelijk vrede met Moskou wil, zodat ook gas en olie weer vlot kunnen stromen. Zijn partijgenoot en minister van Defensie Theo Francken moet nog maar een drone zien, een vlek op een satellietbeeld of een gehackte server en de Russen zijn onverbeterlijke agressoren tegen wie we ons tot de tanden moeten bewapenen. Maar straks zouden ze ineens deugdelijk genoeg zijn om contracten mee te sluiten?