Toen Donald Trump nog geen president van de Verenigde Staten was, maar wel al een verwoed twitteraar, vond hij dat de VS niet hard genoeg konden zijn voor Iran. Na de deal van 2015 tussen Teheran en een team van de toenmalige Amerikaanse president Barack Obama schreef Trump: “Deze deal met Iran zal de geschiedenis ingaan als een van de meest incompetente ooit. De VS hebben op vrijwel elk punt verloren. We winnen gewoon niet meer!”
Sinds woensdag heeft Trump zijn eigen versie van een Irandeal. Hij ondertekende een memorandum dat een einde moet maken aan een oorlog die de VS samen met Israël begonnen. De Iraanse president deed hetzelfde. De veertien punten in dat document wijzen niet op een klinkende Amerikaanse overwinning. De tastbaarste zaken draaien rond data en cijfers. En daarbij helt de balans vooral over richting Iran.
Al van begin deze week is er veel buzz rond het plan van 300 miljard dollar (258 miljard euro) voor de “heropbouw en economische ontwikkeling van de Islamitische Republiek Iran”. De VS beloven dat fonds te ontwikkelen, samen met partners in de Golfregio. Waar dat forse bedrag exact vandaan zal komen en wie in Iran het dan zal krijgen, zijn nog twee open vragen.
Op de G7-top in Frankrijk zei Trump woensdagnamiddag zelfs dat de VS “er nog geen tien cent in zullen stoppen”. “Wij investeren er niet in en wij hebben zo’n fonds niet.” Maar ’s avonds zette hij wel zijn handtekening onder de overeenkomst waarin de belofte over dat fonds stond.
Volgens de krant Financial Times zou het de bedoeling zijn dat bedrijven met geld over de brug komen. De onduidelijkheid kan niet blijven duren: in de deal staat dat “het mechanisme voor de uitvoering binnen de zestig dagen wordt vastgelegd”. Die clausule draagt de stempel van Trumps speciale gezant Steve Witkoff, die in een vorig leven vastgoedinvesteerder was. Ze doet denken aan de toekomstbeelden voor Gaza die het Trump-kamp al eerder projecteerde.
Iran heeft ook zicht op de vrijgave van minstens 24 miljard dollar (20,7 miljard euro) aan bevroren tegoeden. Die bevestiging is een grote winst voor Teheran, zeker omdat in het document staat dat Iran zelf kan bepalen wie de uiteindelijke bestemmeling is. “Dit zou zo geïnterpreteerd kunnen worden dat Iraanse militairen, inlichtingenofficieren of bedrijven die op terrorisme- of sanctielijsten staan, tot de begunstigden kunnen behoren”, stelt David Sanger, die voor de krant The New York Times al meer dan twintig jaar over Iran schrijft.
En er is nog een sanctieverlichting. Iran mag weer openlijk olie exporteren. Door sancties moest Iran al jaren met een schaduwvloot clandestien olie transporteren. Het kon die alleen goedkoop in China kwijt. Deze verandering kan de Iraanse economie veel zuurstof geven, die al meer dan vijftien jaar geklemd zit in de houdgreep van Amerikaanse sancties.
Aan die veranderingen geeft het Witte Huis weliswaar een eigen invulling. Vicepresident J.D. Vance koppelt ze aan het doorknippen van de banden tussen Iran en de Libanese militie Hezbollah. “De president van de VS of de minister van Financiën moet al deze sancties opheffen”, zei hij in een podcast. “Denken ze echt dat we de sancties tegen het Iraanse systeem gaan opheffen als ze nog steeds een terroristische organisatie financieren? De VS beschikken over alle financiële macht.”