Tien dagen na de elektronische ondertekening van het ‘Memorandum of understanding’ tussen de Verenigde Staten en Iran, stond de Perzische Golf de voorbije dagen alweer in brand. Zaterdag raakte een Iraanse drone de olietanker Kiku in de Straat van Hormuz. Daarop bombardeerden de VS al voor de tweede nacht op rij militaire doelwitten op de Iraanse kust aan de Perzische Golf en op eilanden in de Straat van Hormuz. Zoals gebruikelijk schreef president Donald Trump op sociale media in forse taal: “Er kan een moment komen waarop we niet langer redelijk kunnen blijven”, aldus Trump. “Dan zal de Islamitische Republiek Iran niet langer bestaan!”

Het Iraanse antwoord kwam in de nacht van zaterdag op zondag, met ballistische raketten en drones op Amerikaanse militaire bases in Bahrein, de thuisbasis van de Amerikaanse Vijfde Vloot, en Koeweit. Voor zover bekend richtten die alleen materiële schade aan. De Iraanse Revolutionaire Garde beloofde de Amerikaanse bases de komende dagen alvast nog “de hel”. Het huidige conflict draait om de controle over de scheepvaart door de Straat van Hormuz, een belangrijk onderwerp in het grotere akkoord waarover de VS en Iran nog onderhandelen.

Net als het Memorandum over Iran lijkt ook het nieuwe ‘trilaterale kaderakkoord’ dat vrijdag in Washington werd gesloten over de oorlog in Libanon niet waterdicht. Premier Benjamin Netanyahu sprak zaterdagavond in een persconferentie over een “historische verwezenlijking voor Israël”. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Marco Rubio, hield het vrijdag zuiniger bij een “mijlpaal”, die weliswaar maar een “begin van een begin” is.

Dat Libanon-akkoord, in Washington ondertekend door de Libanese en Israëlische ambassadeur, lokt vooral grote discussies uit in Libanon. “Een gigantische vergissing of een succes”, vatte de Libanese krant L’Orient-Le Jour de waaier aan reacties samen, waarbij de christelijke partijen de meeste steun uitspreken en de sjiitische partijen het akkoord volledig afwijzen. Hezbollah-leider Naim Qassem noemde de tekst “vernederend en beschamend“ en stelde dat de Libanese president Joseph Aoun “de Libanese soevereiniteit afstaat” aan Israël.

Officieel erkent Israël in het document die Libanese soevereiniteit en de ‘territoriale integriteit’ wel, in de praktijk staat er weinig concreets in over de terugtrekking van het Israëlische leger uit de bezettingszone in Zuid-Libanon. Er is sprake van een “progressieve herontplooiing” van het Israëlische leger die “stapsgewijs” moet samengaan met de “geverifieerde ontwapening” van Hezbollah door het Libanese leger. Israël is zelf nooit geslaagd in een volledige ontwapening van Hezbollah, voor het Libanese leger zou dat “een onmogelijke opdracht” zijn, schreef de Libanese journalist Michael Young op X.

Voorlopig, benadrukte ook premier Netanyahu in zijn persconferentie, laat Israël aan het Libanese leger alleen twee “pilootzones” over – in feite twee dorpen die grotendeels buiten de Israëlische bezettingszone liggen, zodat de pilootzones amper op een Israëlische toegeving neerkomen. Mogelijk biedt een vermelde ‘security annex’ bij het akkoord meer uitsluitsel, maar die is nog niet openbaar vrijgegeven.

In een gesprek op de Israëlische zender Kanaal 13 stelde het bekende anker Raviv Drucker: “Het lijkt erop dat we Libanon naar een burgeroorlog leiden. Misschien is dat niet slecht voor ons, laat het Libanese leger tegen Hezbollah vechten.” “Dat was vanaf het begin de bedoeling”, reageerde militair correspondent Alon Ben David.

Het Iraanse regime reageerde not amused op het nieuwe Libanon-akkoord, want het lijkt haaks te staan op de eerste paragraaf in het Memorandum dat Iran sloot met de regering-Trump. Daarin wordt Libanon drie keer vernoemd, en de Iraanse parlementsvoorzitter Mohammad Bagher Ghalibaf herhaalde zondag dat Libanon een “sleutelcomponent” van het akkoord is. Het Memorandum bepaalt dat “militaire operaties op alle fronten onmiddellijk en permanent worden beëindigd” en de “territoriale integriteit en soevereiniteit van Libanon wordt verzekerd”.