De Europese Centrale Bank (ECB) houdt de rente voorlopig ongewijzigd. Dat laat de bank in een persbericht weten. De beslissing was verwacht, zeker nadat vorige week was gebleken dat de inflatie in de eurozone aan het dalen is. In juni was het leven 2,8 procent duurder dan een jaar eerder – aanzienlijk minder dan in mei, toen 3,2 procent werd opgetekend. “De inflatie in juni was verrassend laag”, schrijft Carsten Brzeski van ING. “Er zijn ook weinig aanwijzingen dat de inflatie doorsijpelt in de brede economie. Daarom is de urgentie voor een verhoging beperkt.”
De ECB had in juni beslist om de rente voor het eerst in drie jaar te verhogen: van 2 procent naar 2,25 procent. Dat gebeurde uit vrees voor opflakkerende inflatie naar aanleiding van de blokkade van de Straat van Hormuz en de hogere olieprijs die daar het gevolg van is.
Sinds de uitbraak van de oorlog schommelen de prijzen van fossiele brandstoffen op en neer, naargelang de geopolitieke situatie. In die context zou een nieuwe verhoging, zo snel na de vorige, voorbarig zijn. Veel waarnemers denken dat de ECB de zomer zal gebruiken om de toestand nader in te schatten en pas in september mogelijk tot een nieuwe verhoging van 0,25 procentpunt zal beslissen. De koers van afgeleide renteproducten suggereert dat de markt de kans op een verhoging in september op 80 procent raamt. “We blijven een verdere renteverhoging na de zomer zien als de meest waarschijnlijke volgende stap”, beaamt Michael Krautzberger van Allianz Global Investors.
“Nu het conflict opnieuw is opgelaaid, ziet het ECB-bestuur zich geconfronteerd met twee risico’s: hogere energieprijzen die de inflatie aanjagen en een vertragende economische groei”, signaleert Kevin Thozet van de Franse vermogensbeheerder Carmignac in een nota. “Brentolie noteert opnieuw rond 90 dollar per vat, terwijl de consensusverwachting voor de economische groei in 2026 is verlaagd tot 0,5 procent. Dat ligt ruim onder het basisscenario van de ECB van 0,8 procent.”
De ECB-rente beïnvloedt onder meer de mate waarin het leven duurder wordt, maar ook de hoogte van de spaarrente en hoeveel je betaalt voor een woningkrediet.


