Zondag leek het even alsof de oorlogen in Oekraïne en Iran zouden samenkomen en escaleren in de Kaspische Zee. Nadat een Oekraïense raket daar een zeeman had gedood aan boord van een Iraans schip, raasde de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Abbas Araghchi dat de aanval “niet ongestraft kon blijven”. Iran beweerde dat Oekraïne een koopvaardijschip viseerde, terwijl het volgens Kiev militair materiaal transporteerde. De connecties die al langer tussen beide strijdtonelen bestaan, kwamen zo in de Kaspische Zee bovendrijven.

Araghchi stelde zondag dat de Oekraïense aanval gebeurd was “op vraag van Israël met de bedoeling om Europa in de oorlog te sleuren”. Ook Rusland zag er een poging in van de Oekraïners om de oorlogen in Oekraïne en Iran uit te breiden naar andere landen. Bewijs voor die these leverden Teheran en Moskou niet. Andri Sybiha, de Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken, deed de beweringen van Araghchi af als “Iraanse leugens”.

Volgens informatie van The New York Times overwoog Teheran een aanval op een Oekraïense havenstad als vergelding. Hoewel de bedoeling van de aanval vooral symbolisch geweest zou zijn, valt moeilijk te voorspellen hoe Oekraïne gereageerd zou hebben. Beide landen hebben het wapentuig om elkaar te raken en maken er in hun oorlogen tegen de Verenigde Staten (voor Iran) en Rusland (voor Oekraïne) een punt van om dat regelmatig te demonstreren.

Maar voorlopig lijkt de crisis bezworen. Sybiha belde dinsdag met zijn Iraanse collega en zei op X dat zijn doel was “onnodige escalatie te vermijden”. Araghchi beweert dat Sybiha hem vertelde “geen escalatie” te willen en dat de aanval op het Iraanse schip “niet intentioneel” was.

De Oekraïense aanval komt niet helemaal uit de lucht vallen. Iran en Rusland zijn al jaren bondgenoten. Ze delen dan wel geen landgrens, maar via de Kaspische Zee kunnen ze moeiteloos militair materiaal transporteren zonder dat daarvoor een tussenstop nodig is en zonder dat pottenkijkers zicht krijgen op de precieze inhoud en omvang van die transporten. Iran- en Ruslandexperte Nicole Grajewski (Sciences Po) noemde de zee in mei “de ideale plaats om sancties te vermijden en voor militaire transporten” in de NYT. Met de Kaspische Zee behield Iran ook een levenslijn toen de Verenigde Staten de Straat van Hormuz probeerden te blokkeren. Langs die weg bleef het Russische voedsel binnenstromen.

In Oekraïne staat vooral het zoemgeluid van de Iraanse Shahed-drones in het geheugen gegrift, die het Russische leger al jaren inzet om het land te bombarderen. De Oekraïners deden zo expertise op in droneoorlogvoering, die ze tijdens de oorlog in de Golf konden aanbieden aan de landen die Iran bestookte.

De Oekraïners konden met de aanval ook tonen hoe ver hun langeafstandsdrones reiken. Het is niet de eerste aanval op de Kaspische Zee, die Rusland al langer niet meer als volledig veilig terrein voor zijn militaire aanvoerlijnen kan beschouwen. Met een aanval op een schip zet Kiev die boodschap nog kracht bij, en komt die ook in Iran aan.

Door een tegenstander van de Amerikanen aan te vallen, kan de Oekraïense president Volodymyr Zelensky zich bovendien in de verf zetten als een bondgenoot van de VS. Hij moet vechten voor de steun van de Amerikaanse president Donald Trump, wil zo snel mogelijk Patriot-raketten produceren onder Amerikaanse licentie en aast op nieuwe sancties tegen Rusland en zijn bondgenoten. Zelensky beschuldigt Rusland er bovendien van Teheran informatie te hebben gestuurd die hielp om Amerikaanse bases en soldaten in het Midden-Oosten te treffen.