De Japanse yen is de voorbije decennia na jaren van extreem lage rente heel diep gezakt tegenover munten zoals de dollar en de euro. Enkele weken geleden werd het laagste peil in 40 jaar bereikt. Daarom zijn de VS en Japan voor het eerst in 25 jaar samen tussengekomen op de wisselmarkten door massaal yen te kopen. De yen is nu zowat 4 procent opgeveerd. De vraag is of de dalende trend daarmee doorbroken is. De Japanse rente staat net als elders in de wereld niet meer op nul, maar de klim is minder uitgesproken dan de rente in Europa en zeker de VS. Door de hogere olieprijzen, de inflatievrees en de onzekerheid rond de Amerikaanse centrale bank verzwakte de yen eerder nog verder tegenover de dollar omdat beleggers een klimmend renteverschil verwachten tussen Japan en de VS. De Amerikanen interveniëren nu mee omdat ze bang zijn dat de Japanners Amerikaanse staatsobligaties zouden gaan verkopen om de yen te ondersteunen. Dat zou de Amerikaanse rente nog hoger kunnen duwen en zowel de Amerikanen als de yen nog meer in problemen kunnen brengen. Japan is de grootste buitenlandse houder van Amerikaanse ‘treasures’.
“Ik zal Iran vernietigen.” De Amerikaanse president Donald Trump heeft het al zo vaak herhaald dat zijn geloofwaardigheid weg is en zelfs de brutaliteit van de dreiging niet meer doordringt. Gaan ze opnieuw onderhandelen zoals hij maandag beweert? Toch lijken de beurzen er wel wat op te reageren. De olieprijs zakt maandag met zo’n 6% tot net onder de 80 dollar voor een vat Amerikaanse WTI-olie. De beursindices winnen bijna overal meer dan een vol procent. Dat brengt de koersen weer op recordniveaus, maar dat is al maanden zo. Wie door de volatiele dagelijkse koersbewegingen kijkt, ziet dat de financiële markten, nadat de VS en Israël eind februari dit jaar Iran hadden gebombardeerd, nooit een rampscenario in de koersen verwerkten. Zelfs niet nadat de sluiting van de Straat van Hormuz veel olietransport had geblokkeerd. Extra aanvoer vanuit de VS en andere aanpassingen konden dat voldoende compenseren. Alleen een grote vernietiging van productiecapaciteit in het Midden-Oosten kan de wereldeconomie onderuithalen. Daarom geloven de markten dat Trump Iran niet mag, kan en zal vernietigen. Het is te hopen dat de beleggers gelijk hebben.
De grote zorg van beleggers is dat de miljardeninvesteringen in AI-datacenters onvoldoende inkomsten opleveren. Maar de resultaten van Amazon en Microsoft, respectievelijk nummer een en twee in inkomsten uit het aanbieden van cloudcapaciteit, bleken in het jongste kwartaal nog in groei te versnellen. Dankzij de vraag naar rekenkracht voor AI. Beide aandelen vlogen in vijf handelsdagen bijna een kwart procent hoger, als leken het lichtgewichtaandelen. Maar het tegendeel is waar, Microsoft is nu een slordige 3.600 miljard dollar waard en Amazon nam voor het eerste de kaap van 3.000 miljard dollar. Daarmee is de e-commercegigant en de wereldleider in de cloud pas het zesde bedrijf dat zo’n marktwaarde bereikt. In de rangorde noteert Amazon nu ook op plaats zes, voor Broadcom met 1.845 miljard dollar en na Microsoft, dat de leidersplaats al een tijd kwijt is. De primus is opnieuw Nvidia (5.000 miljard dollar), dat een tijdje Apple (4.435 miljard dollar) voor zich moest dulden.


