Halverwege vorige week bereikte de Japanse yen de laagste koers sinds 1986 tegenover de dollar. Daarna steeg de yen plots met 4 procent. Dat kwam niet alleen dankzij interventies van de Japanse centrale bank, maar verrassend genoeg ook door de Amerikaanse overheid. Die greep voor het eerst in 30 jaar in om de yen te stutten. Een ongewone ingreep in een munt die heel belangrijk is voor het globale financiële systeem. Het verraadt ook veel over de economische toestand van zowel Japan als de Verenigde Staten.
Japan heeft een traditie om de yen goedkoop te houden. Dat helpt de exportindustrie, zoals de Japanse autosector. Het nadeel van een goedkope munt is dat import duurder wordt. Dat was voor Japan, dat decennialang met dalende prijzen kampte, lang geen probleem. Maar sinds energieprijzen door de oorlogen fors gestegen zijn – en Japan alle fossiele energie moet invoeren en in dollar betalen – loopt de inflatie er op. In juni steeg de inflatie naar 1,7 procent, een naar Japanse normen hoog cijfer. Om die onder controle te houden is een duurdere yen dus welkom.
Er speelt nog meer. De nieuwe Japanse premier Sanae Takaichi voert een expansief budgettair beleid, dat ook in Japan fel ter discussie staat. Ze wil onder meer de taksen op een aantal essentiële levensmiddelen verlagen, waardoor het begrotingstekort groter wordt. In de wetenschap dat met een staatsschuld van 248 procent van het bbp, de hoogste ter wereld, een dergelijk expansief begrotingsbeleid de schuld en dus de rente daarop nog meer gaat opdrijven, was een ingreep nodig. Een duurdere yen moet buitenlandse investeerders meer vertrouwen geven in Japan, waardoor die Japans staatspapier blijven kopen.
“Japan is een goede vriend van ons, behalve die keer in Pearl Harbour”, grapte president Trump over waarom zijn land Japan ging helpen. Voor de VS speelt vooral eigenbelang mee. Een land, dat zoals Japan de munt wil laten stijgen, gaat doorgaans buitenlandse valuta (die ze als reserve aanhoudt) verkopen. Het brengt dus meer buitenlandse valuta op de markt; door het hogere aanbod zakt de prijs of de wisselkoers van de andere munt. Het probleem voor de VS is dat de buitenlandse valuta van Japan vooral uit Amerikaans staatspapier bestaat. Japan is met 1.150 miljard dollar de grootste eigenaar van Amerikaanse schuld. Als Japan dus Amerikaanse overheidsschuld verkoopt om de yen te stutten, dan komt er een groot aanbod aan extra schuldpapier op de markt, waardoor de Amerikaanse rente (op die schuld) gaat stijgen. En dat kunnen de Amerikanen missen als kiespijn. De 10-jaarsrente is nu al opgelopen tot 4,66 procent, waardoor de regering-Trump steeds meer geld kwijt is aan het betalen van rente op de staatsschuld. De VS wilden vermijden dat Japan de yen steunde door het verkopen van Amerikaanse staatsobligaties. Daarnaast wil Trump sowieso dat de dollar goedkoper wordt tegenover de munten van belangrijke handelspartners.
Omdat het een beslissing is van de regering-Trump, is het in theorie aan het ministerie van Financiën om bijvoorbeeld via het aankopen van Japanse obligaties, de yen te ondersteunen. Toch koos Washington die weg niet. Japan gebruikte een leningsfaciliteit van de Amerikaanse centrale bank die opgetuigd is in het begin van de corona-epidemie. Die faciliteit diende om te beletten dat kleinere partijen, zoals lokale buitenlandse banken, zonder dollars vielen. Ze konden bij de Fed dollars lenen met buitenlandse obligaties in onderpand. Zo moesten ze geen Amerikaanse obligaties verkopen om aan dollars te raken. Japan maakt hier nu ook gebruik van om dollars te verwerven, die ze vervolgens omruilt tegen yen, waardoor de vraag naar yen stijgt. Japan kan zo zijn munt laten stijgen zonder Amerikaanse obligaties te verkopen.
Het probleem is wel dat dit om een faciliteit gaat van de Federal Reserve, die onafhankelijk moet zijn van de Amerikaanse regering. Het is geen geheim dat Trump wil dat de centrale bank afhankelijker is. Hij posteerde Kevin Warsh op de stoel van voorzitter en schakelde de Fed in om beleid uit te voeren. Meer nog, minister van Financiën Scott Bessent, riep op om de leningsfaciliteit van de Fed nog te vergroten. In de VS laait de discussie weer op hoe onafhankelijk de Fed nog is onder Trump.
Voor de financiële wereld speelt de yen een bijzondere rol. Japan had jarenlang een nulrente, ook nu nog is de rente bijzonder laag. Heel wat financiële partijen lenen daarom in Japan om met de opbrengst andere activa te kopen die een hogere rente opbrengen, zoals Amerikaanse staatsobligaties of aandelen waarvan verwacht wordt dat ze snel duurder zullen worden. Dat proces heet ‘carry trade’: een constructie die vooral bij hefboomfondsen populair is.
Een kleine verandering in de rente of de wisselkoers van Japan kan tot grote verstoringen leiden in die carry trade, waarbij je in het verleden al grote verkoopsgolven kreeg op de financiële markten door het tijdelijk terugdraaien van grote carry trade-posities.


