“Donald Trump had misschien beter loodgieter kunnen worden dan president”, schreef de Amerikaanse krant USA Today eind juli. “Zijn peilingen zitten inmiddels zo diep in de wc dat ze het porselein raken.” De cijfers zijn onverbiddelijk. 57 procent van de Amerikanen keurt zijn immigratiebeleid af. Voor zijn handelsbeleid is dat 58 procent, voor de economie 62 procent en voor zijn buitenlands beleid eveneens 62 procent. The New York Times-journalist Peter Baker, die in zijn loopbaan als Witte Huis-correspondent zes presidenten zag passeren, benadrukte onlangs hoe uitzonderlijk dit is. Sinds de jaren 40 kende geen enkele Amerikaanse president in zijn tweede ambtstermijn zulke lage waarderingscijfers. Of toch één: Richard Nixon. Maar die stond op het punt af te treden door het Watergate-schandaal. Jawel, Trump zit in een vrije val. Zijn tweede presidentschap is een fiasco. Toch?
Het is maar hoe je het bekijkt. Voor Trump zelf is zijn presidentschap een opmerkelijk succes. Trump is de politiek niet ingegaan om het land goed te besturen of de levens van Amerikanen te verbeteren. Complexe maatschappelijke problemen laten hem koud. Veelzeggend is hoeveel moeite kabinetsleden moeten doen om zijn aandacht te trekken met korte briefings en grote kartonnen borden vol eenvoudige grafieken. Vaak tevergeefs. Economisch beleid verveelt hem, ondanks zijn beloften om jobs te creëren en het leven betaalbaar te maken. Advies van experts schat hij doorgaans lager in dan zijn buikgevoel. Trump wilde vooral om vier redenen president van de Verenigde Staten worden: geld, macht, het ontlopen van strafrechtelijke vervolging en aandacht. Afgemeten aan die doelstellingen heeft hij veel bereikt.
Geen enkele eerdere Amerikaanse president heeft zich tijdens zijn ambt zo schaamteloos verrijkt als Trump. Zes maanden na het begin van zijn tweede termijn was hij rijker dan ooit. Via speculatieve crypto-ondernemingen en bedenkelijke vastgoeddeals vloeiden miljarden dollars naar zijn familie. Ondanks die flagrante belangenvermenging durft niemand in het Witte Huis hem op de vingers te tikken. De Republikeinse Partij, ooit mannen en vrouwen met principes, is sinds 2016 de partij van Trump geworden. Strafrechtelijke vervolging hoeft Trump nauwelijks nog te vrezen: het Hooggerechtshof, waarvoor hij drie conservatieve rechters benoemde, oordeelde in 2024 dat de president verregaande immuniteit geniet. Wat roem betreft, is Trump meer dan geslaagd. Zijn naam achtervolgt je overal: alles wat hij zegt of doet, gaat viraal.
Natuurlijk is Trump niet onverschillig voor zijn imago. Al zijn hele leven wordt hij gedreven door een panische angst om als een loser te worden gezien. Daarom besefte hij al vroeg in zijn carrière dat hij voortdurend de illusie van succes moest wekken. Hij was er een meester in. Met de steun van zijn puissant rijke vader en dankzij zijn gave om de media te bespelen, wist hij eind jaren 80 veel Amerikanen ervan te overtuigen dat hij een geniale vastgoedondernemer was. Dat beeld cultiveerde hij in 1987 in het boek Trump: The art of the deal (dat hij niet zelf schreef). Maar wat weinig mensen toen wisten, was dat Trump ondertussen verliezen leed die zouden oplopen tot 3 miljard dollar. Zijn talent lag niet in het sluiten van deals, maar in het bouwen van luchtkastelen.
Doen alsof je een succesvolle ondernemer bent in New York is één ding, doen alsof je een succesvolle Amerikaanse president bent, is iets anders. Geen talent is opgewassen tegen de realiteit van wat er op nationaal en internationaal vlak misloopt: Iran, Epstein, ICE, de invoerheffingen. Geconfronteerd met zoveel vervelende feiten doet Trump wat veel autocraten en dictators doen wanneer hun populariteit afbrokkelt: hij klampt zich nog steviger vast aan de mythe van zijn succes, tot hij er uiteindelijk zelf in gaat geloven. Anders dan tijdens zijn eerste termijn laat hij zich nu alleen nog omringen door een kleine groep vertrouwelingen die hem maar al te graag bevestigen in zijn waanbeelden. Het meest extreme voorbeeld is Natalie Harp, ook wel de ‘menselijke printer’ genoemd omdat ze voortdurend positieve berichten voor de president afdrukt.
Je zou denken en hopen dat de Congresverkiezingen in november Trump dan toch ruw zullen wakker schudden. Politieke waarnemers verwachten dat de Republikeinen het Huis van Afgevaardigden zullen verliezen en mogelijk ook de Senaat. De zeepbel moet wel knappen. Ik vrees van niet. Ook al winnen de Democraten de tussentijdse verkiezingen, Trump kan het zich permitteren de werkelijkheid naast zich neer te blijven leggen. Hij zal het Congres zoveel mogelijk omzeilen. Zijn greep op de partij en op machtige instellingen zoals de FBI en het ministerie van Justitie zal wellicht standhouden. Hij blijft bovendien quasi-onschendbaar voor daden die hij tijdens zijn presidentschap stelde. Misschien haalt hij zelfs enige voldoening uit de vaststelling dat de Republikeinen niet kunnen winnen als zijn naam niet op het stembiljet staat.
Laat er geen misverstand over bestaan: Trump zal de geschiedenis niet ingaan als een groot staatsman. Hij is wel degelijk een politieke verliezer, maar een die er op slinkse en cynische wijze opvallend vaak in slaagt te winnen.


