Toen twee jaar geleden de busbouwer Van Hool failliet ging en 1.100 mensen hun baan verloren, was de algemene teneur: dat komt wel goed. Er waren zoveel openstaande vacatures dat de meeste werknemers zich geen grote zorgen hoefden te maken. Amper een jaar geleden was de krapte op de arbeidsmarkt zo groot dat er voor elke vacature niet eens één werkzoekende was.

In een jaar tijd is de situatie compleet veranderd. Voor elke vacature zijn er nu tweeënhalve werkzoekenden. Bedrijven zijn in een kramp geschoten door de geopolitieke onzekerheid door de oorlog Iran-VS en de blokkade van de Straat van Hormuz. En door de razendsnelle ontwikkeling van AI nemen werkgevers een afwachtende houding aan, of ze hebben het aantal werknemers zelfs al verminderd omdat AI sommige jobs heeft overgenomen.

Wie een lager geschoolde job of een baan voor starters zoekt, krijgt ook concurrentie uit een andere hoek. Door de beperking van de werkloosheid in de tijd zijn heel wat anderen die tot voor kort een uitkering kregen nu op zoek naar een job. Dat de regering ook nog op het onzalige idee kwam om alle sectoren open te stellen voor flexi-jobbers, maakt het voor jonge starters al helemaal moeilijk om een vaste betrekking te vinden.

Maar er is meer aan de hand: een mismatch tussen vraag en aanbod. Jarenlang werd gepredikt dat een universitair diploma een gouden ticket is voor een job en de grootste bescherming biedt tegen werkloosheid. Het aantal jongeren dat naar de universiteit ging, nam exponentieel toe, van 45.000 in 2000 naar 169.000 in 2025. Maar de inflatie aan universitaire diploma’s laat zich nu voelen. De afgelopen vier jaar steeg het aantal werklozen met een master- of doctoraatsdiploma fors.

De vraag van de arbeidsmarkt naar kennis en kunde is nog altijd groot, maar we hebben te veel de nadruk gelegd op academische intelligentie en als samenleving te veel neergekeken op praktische intelligentie. Dat leidde tot te veel hooggeschoolden en te weinig gemiddeld geschoolden die minstens zo belangrijk zijn voor onze economie.

Zwitserland kan inspireren. Twee derde van de jongeren kiest er voor een beroepsopleiding en combineert werken in een bedrijf met les op school. Slechts een kwart gaat rechtstreeks naar de universiteit, veel minder dan in Vlaanderen. Wat niet betekent dat Zwitserland minder hoogopgeleiden heeft, want velen stromen later nog door naar een hogeschool of universiteit. Universitairen worden in Zwitserland ook niet hoger geacht, maar het gevolg is wel dat onderwijs en arbeidsmarkt er meer op elkaar aansluiten.