De techoorlog tussen Washington en Peking is deze week geëscaleerd en breidt zich uit naar steeds meer sectoren. Het jongste front is polysilicium, een cruciale grondstof voor chips, AI en zonnepanelen. De VS voeren een importtarief van 15 procent in en leggen minimumprijzen op om hun vrijwel verdwenen binnenlandse productie te beschermen tegen goedkope Chinese concurrentie. De maatregel past in een bredere strategie om China’s dominantie in strategische toeleveringsketens terug te dringen.

Terwijl de VS in 2005 nog de helft van de wereldmarkt van polysilicium in handen hadden, is dat aandeel in 2024 gekrompen tot een schamele twee procent, verspreid over amper twee fabrieken. China daarentegen, heeft inmiddels een bijna-monopolie op de productie. Met importmaatregelen wil Washington voorkomen dat ook de laatste Amerikaanse producenten uit de markt worden geduwd door goedkope Chinese concurrentie.

Die stap komt niet uit de lucht vallen. De laatste dagen laaide de techoorlog opnieuw op, op verschillende fronten tegelijk. Eerst nam Washington maatregelen tegen Chinese drones. In reactie daarop verscherpte Peking de exportcontroles op drones en kritieke onderdelen richting de VS. Ook humanoïde robots en zelfs robothonden zijn intussen inzet van het conflict geworden, nadat Washington eind juli nieuwe invoerbeperkingen had aangekondigd.

Nieuw is dat China zich niet langer beperkt tot defensieve maatregelen. Peking begint de Amerikaanse aanpak steeds vaker te kopiëren, en soms zelfs uitdagend op te rekken. Afgelopen week kondigde China zijn belangrijkste pakket tegenmaatregelen aan sinds het handelsakkoord tussen de Amerikaanse president Trump en zijn Chinese collega Xi Jinping vorig jaar. Opvallend daarbij is dat Peking voor het eerst ook Amerikaanse certificerings- en inspectiebedrijven viseert die in China controles uitvoeren en meehelpen bij de handhaving van Amerikaanse sancties.

Die inspecteurs controleren onder meer of Chinese exporteurs onderdelen gebruiken uit Xinjiang die mogelijk met dwangarbeid van Oeigoeren zijn geproduceerd. Door hun activiteiten aan banden te leggen, verhoogt China bewust de druk op Amerikaanse bedrijven die in het land actief zijn. Tegelijk startte Peking onderzoeken naar de nationale veiligheidsrisico’s van ingevoerde kantoorapparatuur met buitenlandse (lees: Amerikaanse) software. Zakendoen voor Amerikaanse bedrijven in China wordt daardoor niet alleen moeilijker, waarschuwt de Amerikaanse zakenzender CNBC, maar ook duurder.

Die evolutie verontrust. Wat begon als een handelsconflict, lijkt uit te groeien tot een titanenstrijd om volledige technologische ecosystemen. Het gaat daarbij niet langer alleen om het eindproduct, maar om elke schakel in de keten: van grondstoffen en componenten tot AI, drones en robots. Toeval is dat niet. In de aanloop naar de topontmoeting tussen Xi en Trump in september in de VS verhogen beide kampen bewust de inzet, wellicht in de hoop de nieuwe handelsbeperkingen straks als diplomatieke wisselmunt te kunnen gebruiken.