Over landen hoor je eigenlijk niet te spreken in termen van winnen en verliezen. De vele internationale rangschikkingen, in het leven geroepen door onverbeterlijke efficiëntiedenkers, hebben de neiging politieke entiteiten te reduceren tot economische racepaarden. Kijken we naar de waan van de dag, dan lijkt Amerika te ‘winnen’ door de (r)evolutie die nu plaatsvindt op het vlak van artificiële intelligentie. Maar hoe groot de productiviteitsstijging daarvan op termijn ook mag zijn, het is moeilijk over de verliezen te kijken die intussen in steeds grotere porties worden opgestapeld.
Het gebeurt voor onze ogen. De 250ste verjaardag van de geboorte van de Amerikaanse grondwettelijke republiek vond plaats onder een gitzwart gesternte. De snelheid waarmee de Amerikaanse democratie sinds 2016 uiteenrafelt, is ongezien in the land of the free. Voor zover de staat van democratie kan worden becijferd, is het niveau teruggevallen tot dat van midden jaren 1960, met het grote verschil dat het momentum in de periode rond de burgerrechtenbeweging opwaarts georiënteerd was. Nu is het andersom. Dat zegt het Zweedse onderzoeksinstituut V-Dem, verbonden aan de Universiteit van Göteborg, dat hierover jaarlijks een studie maakt. En we zijn nog niet eens halverwege in Trumps tweede termijn. Hij deed in een jaar waar Viktor Orban in Hongarije vier jaar voor nodig had, of Narendra Modi en Recep Tayyip Erdogan tien jaar in respectievelijk India en Turkije.
Onder het wraak- en afbraakbeleid van Trump werd in recordtempo een antipluralistische agenda ingevoerd. Vaak wordt deze agenda als ‘pure machtspolitiek’ beschreven, maar die woorden zijn slecht gekozen. Er is niets puurs aan. Het is ook geen politiek van macht, wel van bruut geweld en leugens. Het grootkapitaal heeft de politiek overgenomen en de corruptie tiert welig. Amerika wordt niet meer democratisch bestuurd, wel via decreet geregeerd. Het functioneren van gevestigde instituties wordt doelbewust gesaboteerd. De voorbeelden daarvan zijn niet meer te tellen op vlak van gezondheidszorg, wetenschap, armoede, veiligheid, justitie, vrije meningsuiting, inclusie, onderwijs, klimaat en milieu of financiële stabiliteit.
“Maar Trump heeft toch een punt als hij zegt dat …” Die zin mochten we de afgelopen tien jaar zo vaak aanhoren dat het pijn doet aan de oren. Maar zelfs wie alleen geïnteresseerd is in de economische prestaties van een land, moet uiteindelijk toegeven dat hun initiële geloof in de economische verkiezingsbeloften van Trump & Co op drijfzand waren gebouwd. De inflatie werd niet bedwongen, de rente kwam niet naar beneden, de industriële banen bleven uit, het handelstekort noch de overheidsschuld zijn teruggedrongen en de verhoopte directe buitenlandse investeringen zijn niet gekomen. Dat geven ze uiteraard niet toe. In plaats daarvan wordt verwezen naar AI en hoever Europa wel niet achterophinkt.
De dag waarop Trump in april vorig jaar zijn ‘handelspartners’ om de oren sloeg met een ridicuul tarievenpamflet, gaat de geschiedenis in als het moment waarop definitief duidelijk werd dat China – gezien de kritische aardmetalen en mineralen waarover het beschikt – zich niet meer laat afbluffen. Dat andere landen niet dezelfde ‘leverage’ hebben, belet niet dat de meeste onder hen nu klaarwakker zijn. De VS hebben het vertrouwen zodanig geschonden dat achterdocht nu de regel is. In de twintigste eeuw wist Amerika niet alleen militaire ‘hard power’ op te bouwen, maar ook een ongelooflijke ‘soft power’. Die superkracht, die in de naoorlogse geschiedenis voor enige mondiale stabiliteit zorgde, werd domweg te grabbel gegooid. De onafhankelijke denktank Pew Research meldde recent dat in veel landen China ondertussen gunstiger beoordeeld wordt dan de VS. Slechts zes landen hebben nog een positiever beeld van Amerika dan van China. Daaronder India, Japan, de Filipijnen en Zuid-Korea – landen die zich niet weinig geïntimideerd voelen door hun grote buur in Azië.
Amerika verliest ook de oorlog in het Midden-Oosten. Iran kon een macro-economische bottleneck creëren met een microdosis aan inspanning. De Straat van Hormuz lijkt veranderd van een risico naar een blijvende onzekerheid. Ben je nog een militaire supermacht als je op een gegeven moment met dure Patriot-raketten van 3 miljoen dollar moet schieten op Shahed-drones van 30.000 dollar? Ben je nog een militaire supermacht als je je zo makkelijk laat meesleuren door een vernielzuchtige Israëlische premier, voor wie Iran uitschakelen een absolute politieke prioriteit was? De militaire en logistieke grenzen van de oorlog met Iran komen in zicht, zo waarschuwt de opperbevelhebber van de Amerikaanse strijdkrachten in de Europese regio. Op de cover van The Economist begin april kan Xi Jinping zijn lach maar moeilijk onderdrukken: onderbreek nooit je vijand wanneer die een grote strategische blunder maakt. Denkt hij aan Taiwan?
Ook de rol van de Amerikaanse dollar verdient discussie. De USD is veruit het belangrijkste Amerikaanse wapen als het gaat over financiële macht. Door de dollar kan Amerika toezicht en controle houden op het wereldwijde financiële systeem, al dan niet met sancties. De dollar verliest nu van zijn pluimen. Dat beeld komt niet bovendrijven als we ons gewoon laten leiden door de wisselkoers. Maar de oorlog in Oekraïne, waar de VS niet langer een rol van betekenis speelt, en het wispelturige treurspel in Iran bevestigen China in de overtuiging dat het alles op alles moet zetten om zijn Cross-Border Interbank Payment System (CIPS) verder te ontwikkelen, een alternatief betalings- en transactiesysteem gebaseerd op de yuan om de dollar te kunnen passeren.
De amateuristische en extreemrechtse teneur die nu regeert, hoeft allerminst een doodvonnis te zijn. Vele moedige burgerinitiatieven tegen het destructieve nationalisme bruisen van energie. Peilingen in aanloop naar de tussentijdse verkiezingen over drie maanden suggereren dat Trump op een nieuwe nederlaag afstormt. Maar zoals het er nu naar uitziet, kan de ommekeer in het beste geval maar ten vroegste vanaf 2029 ingezet worden. De schade herstellen zal veel langer duren, ondanks en wie weet op een gegeven moment wel dankzij AI. De les mag duidelijk zijn: America first is vooral Trump first – of hoe een mislukte ondernemer als president al meer dan 2 miljard dollar op zijn rekening kon schrijven – en America last.


