Vorig jaar won Mikhail Gurevich (67) het toernooi de Brugse Meesters. In een thrillerfinale met zes kandidaten op de eindzege schoof veteraan Gurevich het jonge Gentse toptalent Amir Zouaghi (19) koel van het bord. Nochtans was hij in de eerste partij mooi ontsnapt – “Yeah, there I was in deep shit” – en speelde hij niet zijn beste schaak in Brugge. Maar klasse komt meestal bovendrijven. Ook dit jaar was Gurevich de ratingfavoriet voor het Brugse toernooi. “Ik toon mijn leerlingen hier graag dat ik nog schaak van hoge kwaliteit kan brengen.” Wie de drastische verjonging van het wereldschaak de jongste jaren aanschouwt, wrijft zich dan even in de ogen. Enkele voorbeelden: de huidige wereldkampioen Gukesh uit India pakte de wereldkroon op 18 jaar, de Argentijnse ‘Messi van het schaken’ Faustino Oro werd grootmeester op 12,5 jaar en zopas won het Britse schaakfenomeen Bodhana Sivanandan het Britse kampioenschap voor vrouwen. Sivanandan is ... 11. België blijft niet achter: Elias Ruzhansky werd vorig jaar net geen Belgisch kampioen op zijn 14de, de beste Belg Daniel Dardha pakte de titel al op 13 jaar.

Gurevich (van Oekraïense origine) kan wel adelbrieven voorleggen. Zo won hij in 1985 het beresterke kampioenschap van de Sovjet-Unie. In zijn topjaren (1989 tot 1991) behoorde hij als jonge dertiger tot de absolute wereldtop. Hij was toen zelfs nummer vijf van de wereld. Gurevich was ook jaren de vaste secondant van de Indiase ex-wereldkampioen Vishy Anand. “Na onze samenwerking beheerste Vishy het eindspel al een stuk beter”, zei hij daar toen over.

De ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1991 dwong Gurevich tot emigratie naar ons land. In 2001 leverde hij hier een bijzondere prestatie: hij werd kampioen van België met het maximum van de punten (9 op 9). Later, in zijn Turkse periode, pakte hij ook nog twee keer de Turkse titel, in 2006 en 2008 – hij was toen bijna vijftig.

Gurevich omschrijft zichzelf in een gesprek in Brugge als “een echt product van de befaamde Sovjet-schaakschool”. Kenmerken daarvan waren de wetenschappelijke aanpak, strenge discipline en de nadruk op fysieke fitheid. Mee daardoor leverde de Sovjet-Unie bijna alle wereldkampioenen tussen WOII en de regimecrash in 1991. “In de Sovjet-Unie werd elk schaaktalent van jongs af intensief begeleid. In de hoogdagen was schaken er zonder meer het meest prestigieuze beroep. Daardoor kreeg ik de geweldige kans om naar andere landen te reizen vanuit die gesloten, communistische samenleving. Voor veruit de meeste Sovjetburgers zat dat er niet in.”

“Het was toen een volstrekt andere wereld. Ik woonde in mijn jeugd in dat ‘rijk van het kwaad’, Rusland. Vergeet niet dat ik oorspronkelijk uit Oekraïne kom. En mijn vrouw komt uit Odessa, haar ouders wonen daar nog steeds. Het is nu een heel erg moeilijke situatie. Je kunt je dat niet voorstellen.”

“Maar nu woon je als jonge schaker best in een land als India of Oezbekistan”, zegt Gurevich. “Daar hoeven kinderen, zodra ze talent laten blijken, niet meer naar school te gaan. Dat ik ook zo in Iran. Neem nu de Iraanse speler Parham Maghsoodloo, die wereldkampioen werd bij de min 20-jarigen. Een Turkse leerling van mij vroeg in Istanbul aan die jongen hoeveel uur per dag hij in het schaken stak. Weet je wat hij zei? Zestien uur per dag! Als hij niet slaapt, schaakt hij.”

In België zit de schaaknestor zoiets niet meteen gebeuren. “Van schaken kun je in België simpelweg niet je beroep maken. Dat is nochtans nodig wil je bij de wereldtop komen. Alle jonge Belgische schakers proberen een goede opleiding te volgen en carrière te maken in een ander beroep. Ze hebben daartoe ook veel kansen hier. Ik begrijp dat volkomen.”

“Onze youngsters zullen zeker allemaal goede grootmeesters (GM’s) worden”, benadrukt Gurevich. “Helaas zie ik ze niet meteen strijden om de wereldtitel. Maar Daniel Dardha en Elias Ruzhansky zijn zeer getalenteerd. En nog een paar anderen.”