Parijs, zondagmiddag. Voor Roos Vanotterdijk is de belangrijkste week van het jaar afgelopen. Een dag na haar laatste race komt ze supporteren voor collega Sarah Dumont en maakt ze 20 minuten vrij om af te ronden met de media. Het zilver en de wereldtijd op de 50m vlinderslag, het goud op de 100 meter vlinder, het brons op de 200m wisselslag, het passeert nog eens de revue.
“Ik kan alleen positief terugkijken op deze week”, zegt ze. “Soms hebben we een paar honderdsten van een seconde laten liggen, maar we weten dat het erin zat. We hebben grote stappen gezet. Na het WK van vorig jaar in Singapore hadden we dingen opgelijst: dit kan beter, daar verliezen we wat tijd. Al die dingen waren nu zoveel beter. De 200 meter wisselslag is een projectje waarin het nog zoeken is. Mijn sterkste slagen (vlinder en rug, red.) zitten in het begin en die moet ik benutten, maar wel zonder te veel energie te verspillen. Daar moeten we nog aan werken. Het kan allemaal nog beter, maar in het algemeen waren al mijn wedstrijden goed.”
Nochtans was ze na haar Europese titel ontgoocheld over haar chrono. “Dat kwam door de omstandigheden. Buiten was het 38 graden, de atletentent was heel heet en ik kreeg wat last van mijn buik. Ik heb de knop omgedraaid en ben ervoor gegaan. Onder die omstandigheden mag ik supertrots zijn. Mijn finish kwam net niet uit, anders was de tijd beter geweest. We weten dat er nog marge in zit. Laat de rest van de wereld ook nog maar een beetje wachten. Maar 55”8 en 56” zijn wereldtijden. Alleen Gretchen Walsh doet beter. Die verbetering met twee tienden van mijn record op de 50 meter is gigantisch.”
Zo zet ze nog meer dan vorig jaar haar voet tussen de wereldtop. “Twee jaar geleden in Belgrado (waar ze ook goud, zilver en brons behaalde, red.) waren veel toppers er niet. En wie er meedeed, was anderhalve maand voor de Spelen niet in topvorm. Nu was iedereen in topvorm, dit was de plaats om te presteren. Dat dat lukt, geeft me veel vertrouwen.”
Op de 50m vlinder kwam ze tot op 7 honderdsten van een seconde van wereldster Sarah Sjöström, haar voorbeeld. “Daar mag ik trots op zijn. Maar ik mag daar niet van onder de indruk zijn, want ik moet presteren. Op het WK lig ik langs álle wereldsterren. Daar moet het vanaf nu elke keer om gaan. Ik had vroeger nooit echte idolen. Ik volgde de sport ook niet echt. Ik ben niet iemand die constant in de zwemwereld leeft. In het zwembad ben ik 100 procent gefocust, maar daarbuiten wil ik er niet aan denken. Idolen heb ik dus niet, maar er zijn wel eigenschappen die ik kan bewonderen en die ik zelf ook wil. Sjöström presteert al veel jaren op een heel hoog niveau. Dat is uitzonderlijk, en een voorbeeld voor iedereen.”
Voor haar drie medailles krijgt ze 4.500 euro prijzengeld. Ze doet het niet voor het geld, zegt ze, ze wist niet eens hoeveel dat bedroeg. “Ik bekijk het andersom: ik heb een week mogen zwemmen en heb er nog wat mee verdiend. Als je het voor het geld zou doen, is het weinig. Maar dat is niet mijn motivatie.”
Het einddoel van alles wat Vanotterdijk nu doet, zijn de Olympische Spelen van 2028 in Los Angeles. Twee jaar is ver weg, maar tegelijk heel dichtbij. Hoe loopt de weg naar L.A.?
Vanotterdijk neemt nu eerst enkele weken vakantie. In oktober zwemt ze in drie weken drie World Cups in Azië: Bakoe (Azerbeidzjan), Tasjkent (Oezbekistan) en Astana (Kazachstan). Op 1 december staat het WK in 25 meterbad geprogrammeerd, een competitie die nog altijd wat lager in aanzien staat dan die in groot bad. Vanotterdijk is deze keer wel van plan om er mee te doen. misschien kan ze voor het eerst wereldkampioene worden, nadat ze op het vorige WK (in groot bad) zilver en brons had behaald. Dat WK vindt plaats in Peking.



