Maak het een graad of 25 kouder, denk de bladeren van de bomen weg en het had zomaar een of andere cross van de Superprestige of X2O-Trofee kunnen zijn. De gigantische ploegbus van Visma-Lease a Bike die als kleedkamer voor Wout van Aert dient, een camper voor het materiaal, verzorger Wesley Theunis en mecanicien Tony Arts die druk in de weer zijn en de voltallige kroost van Van Aert – kinderen, zijn vrouw Sarah, ouders en schoonouders – rond de bus: alleen de bredere banden op de fiets die klaarstond, verraadden dat het niet om een cyclocross maar om het BK gravel ging.

Dat, en de zenuwen die bij Van Aert minder strakgespannen stonden dan tijdens de winter. “Ik wil de finale rijden, maar vooral plezier maken. Ik ga ervan genieten om met mijn trainingsmaten in dezelfde koers te zitten en hopelijk kan ik daarna nog enkele vrienden aanmoedigen als zij richting de finish komen”, vertelde Van Aert anderhalf uur voor de start.

De grote, gele bus trok de aandacht van de vele fans (en zelfs deelnemers) die een handtekening van of foto met Van Aert wilde scoren. De prijs voor origineelste object om te laten handtekenen was zonder twijfel een kussen met daarop het hoofd van Van Aert op het lijf van Superman. “Ik zou er bang van krijgen”, grijnsde Van Aert nadat hij het verzoek van de jongen had ingewilligd.

Ook aanwezig in de buurt: Maarten Wynants, deze keer in een dubbele rol: als ploegleider van Van Aert en als papa van zoontje Loïc, die deelnam bij de U17. De vijftienjarige Loïc mocht zich naast Van Aert omkleden in de bus van Visma en warmde zich – in tegenstelling tot Van Aert – gretig op op de rollen.

Om 12 uur stond Van Aert klaar voor zijn laatste competitieprikkel richting de Vuelta. Bewust reed hij dit BK gravel en geen wegwedstrijd. “Ik had in Hamburg kunnen rijden, maar dat zou veel gevaarlijker zijn. Ik neem geen onnodige risico’s voor de Vuelta.” Stonden naast hem op de eerste startrij: Daan Soete, Laurens Sweeck, Jente Michels en Niels Vandeputte en Tim Merlier. Die laatste stond op de rennersparking net naast Van Aert met niet bepaald het nieuwste model camper. “Wout is in vorm, het zal zaak zijn om hem zo lang mogelijk te volgen”, had Merlier vooraf verteld.

‘Wout volgen’ bleek het recept van zowat elke renner met Belgische titelambities. “Heel veel jongens keken naar mij toen een groepje van vijf wegreed, met Daan. Misschien een beetje te veel, want die andere mannen zijn nooit meer in koers geweest. Toen de voorsprong meer dan een minuut was, moest ik iets doen en heb ik het gat in één keer dichtgereden.”

Soete: “Ik schrok ervan dat hij zó snel bij ons zat, want het was echt een groot gat. Nu ja, schrikken: ik zag hem misschien niet afkomen, maar ik hóórde hem wel afkomen met al het publiek dat op hem riep.”

Soete – geboren en getogen in Grobbendonk – had vooraf gezegd: “Als Wout kan, zal hij me zeker proberen meepakken.” En zo geschiedde, met een aanval van Van Aert op 20 kilometer van de aankomst met Soete in het wiel. “Daan wist inderdaad als enige wat we zouden proberen”, zou Van Aert achteraf knipogen. De twee boezemvrienden kwamen voorop, een droomscenario. “We zijn op deze wegen opgegroeid, dus toen we met twee wegreden werd ik zo enthousiast dat ik niet kon geloven dat het gelukt was de koers zo naar onze hand te zetten. Ik reed rond met kippenvel”, aldus Van Aert. Soete: “Toen we acht jaar waren, reden we al samen door deze bossen.”