Conflicten in het Midden-Oosten hebben vaak een lange voorgeschiedenis, en op momenten zoals nu komt die bovendrijven. Israël werd 75 jaar geleden gesticht, in 1948, met een onafhankelijkheidsoorlog die 700.000 Palestijnen op de vlucht dreef. Bovendien bezet Israël al 56 jaar lang, sinds de Zesdaagse Oorlog van 1967, niet alleen Gaza maar ook Oost-Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever en de Golanhoogten. Tijdens de Libanese burgeroorlog voerde Israël dan weer twee invasies uit, gevolgd door twee nieuwe oorlogen in 1996 en 2006.

In dat spinrag van historisch buskruit dreigt de regionale politiek geregeld het vuur aan de lont te steken. Een overzicht.

De Israëlische vredesorganisatie B’Tselem postte vrijdag een video uit het Palestijnse dorp Tuwani, nabij Hebron, waar veel Israëlische kolonisten wonen. Die zijn daar illegaal volgens internationaal recht, al meent Israël van niet. De beelden tonen hoe een gewapende kolonist in een straat op een Palestijnse man komt aflopen en hem slaat met zijn mitrailleur. De Palestijnse man wijkt achteruit, maar wordt koudweg door de Israëliër in de buik geschoten. Even verderop loopt een Israëlische soldaat, die niet ingrijpt.

Eerder deze week werden al vier Palestijnse burgers gedood nabij Nablus, ‘door kolonisten en het leger’, aldus mediaberichten. Bij een van de begrafenissen schoten kolonisten nog eens een vader en zijn zoon dood. ‘Zulke incidenten vermenigvuldigen zich en er is niemand om ze te stoppen’, schreef de Israëlische analiste Mairav Zonszein van International Crisis Group op X (Twitter). ‘Dit is een ramp.’

Onrust op de Westelijke Jordaanoever heeft zo niet alleen te maken met de sympathieën van Palestijnen voor hun volksgenoten in Gaza – of hun ervaringen van twee Palestijnse ‘stenenopstanden’, de ‘intifada’s’ van de jaren 1980 en 2000. De Israëlische kolonies daar breidden dit jaar nog sterker dan ooit uit, in de tien maanden van de extreemrechtse regering-Netanyahu. De vaak gewapende kolonisten zijn nu woedend over de Hamas-aanval van vorige week, en voelen zich ingedekt door ­extreemrechtse ministers als Itamar Ben-Gvir en Bezalel Smotrich.

Vreemd genoeg probeert het Israëlische leger niet hard om de rust te bewaren – ook vóór de Hamas-aanval van zaterdag al niet. Een uitbarsting van Palestijns volksgeweld op de Westoever kan nochtans leiden tot een nieuwe intifada.

Extra gevoelig ligt de situatie in de heilige stad Jeruzalem, symbolisch brandpunt van Israëliërs én Palestijnen. Het wekelijkse vrijdaggebed in de Al-Aqsa-moskee verliep daar gisteren relatief rustig, maar mocht van Israël alleen worden bijgewoond door zestigplussers.

Liefst een vijfde van de bevolking van Israël is niet-Joods. Het gaat om 2 miljoen ‘Israëlische Arabieren’, althans volgens het officiële Israëlische discours: Palestijnen die in 1948 niet vluchtten tijdens de Israëlische onafhankelijkheidsoorlog, en hun nazaten. Zij hebben de Israëlische nationaliteit, wat hen tenminste bewegingsvrijheid geeft – anders dan de meeste Palestijnen op de Westoever en in Gaza.