Al sinds het uitbreken van de nieuwe Gazaoorlog, op 7 oktober, zitten de 5 miljoen Libanezen – plus naar schatting een miljoen Syrische vluchtelingen – gekluisterd aan hun telefoon, elk nieuwsbericht hebben ze gezien. De Libanese sjiitische Hezbollah, een bondgenoot van Hamas, beschiet Israël zowat dagelijks aan de Libanese grens. Het Israëlische leger riposteert steevast, maar volgens waarnemers gebeurt dat voorlopig nog altijd ‘binnen de gebruikelijke spelregels’.
Ogenschijnlijk gaat het leven in de straten van Beiroet voort, maar de angst neemt voelbaar toe in heel Libanon. Israël evacueert al preventief zijn dorpen nabij de grens. Als Israël ook een grondoffensief inzet in Gaza, schakelt de Hezbollah mogelijk een versnelling hoger. En dan kan Israël, niet voor het eerst, keihard terugslaan met luchtbombardementen op Libanon. Of zelfs met een grondoffensief, zoals het in 2006 al veeleer onsuccesvol probeerde.
‘We hebben het allemaal al eerder meegemaakt, en die ervaringen stellen ons niet bepaald gerust’, vertelt Lama, een ingenieur die alleen met haar voornaam in de krant wil. Ze is in de veertig, maakte in haar jeugd al de Libanese Burgeroorlog (1975-1990) mee, en zat tijdens de zomeroorlog tussen de Hezbollah en Israël in 2006 vier weken in de flat van haar ouders in Beiroet, te wachten op het einde van de bombardementen.
Nu heeft ze een ‘plan B’: haar ouders hebben een zomerhuis in het hoge noorden van Libanon, verder weg van de gevaren die zouden loeren in zuidelijk Libanon en in de hoofdstad Beiroet. ‘Ik heb al een reiskoffer klaarstaan, en in het noorden hebben we al wat extra water en blikvoer in huis gehaald. En koekjes’, glimlacht ze. ‘De enige vraag is of we, als de bombardementen zouden beginnen, Beiroet nog wel uit kunnen. In 2006 is ons dat niet gelukt.’
Israël bombardeerde toen niet alleen de zuidelijke stellingen van Hezbollah bij de grens en de zuidelijke, overwegend sjiitische wijken van de hoofdstad. Ook zowat alle belangrijke bruggen en wegen in het land werden geviseerd. Van Beiroet loopt er maar één grote autoweg naar de noordelijke havenstad Tripoli. Die kan ‘eenvoudig’ onklaar worden gemaakt. Hetzelfde geldt voor de enige grote toegangspoort tot Libanon, de internationale luchthaven Rafik Hariri, aan de zuidkant van Beiroet.
Wordt de luchthaven beschadigd, dan kunnen de Libanezen nog maar één kant op: naar hun enige andere buurland, Syrië. In de zomeroorlog van 2006 vonden nogal wat Libanezen daar een toevluchtsoord, nu is het vooruitzicht op een verblijf in het land van dictator Bashar al-Assad veel minder aantrekkelijk geworden. Het is net die dreigende isolatie van Libanon die zoveel landen, van België en Nederland tot Canada en anderen, nu hun landgenoten doet oproepen zo snel mogelijk te vertrekken. Bombardeert Israël de luchthaven van Beiroet, dan zit Libanon goeddeels ‘dicht’.
De Libanezen zijn bang, en ze balen. Het land zit al jaren in een diepe politieke en economische crisis, en maakte in augustus 2020 ook de enorme havenexplosie in Beiroet mee – die is nog altijd niet opgehelderd, door politieke tegenwerking. Honderdduizenden Libanezen verlieten sindsdien hun land om elders een beter leven te zoeken. Onder hen ook tal van dokters en chirurgen, die snel een nieuwe job vonden in welvarende steden als Dubai. Ook de Libanese ziekenhuizen zijn absoluut niet voorbereid op een nieuwe oorlog.
‘We gaan al jaren door een diepe crisis, maar net deze zomer was er eindelijk een lichtpuntje’, vertelt Walid Marrouch (42), professor economie aan de Lebanese American University (LAU). ‘Er reisden massa’s toeristen naar Libanon, vooral Libanezen uit de diaspora. Hun uitgaven bliezen eindelijk wat zuurstof in het systeem. Voor het kerstseizoen zijn we nu een stuk minder optimistisch’, stelt hij droogjes vast.