Erg geliefd was Ebrahim Raisi (1960-2024) niet bij de Iraanse bevolking. Weliswaar werd hij in 2021 tot president verkozen, maar dat was vooral te danken aan het feit dat zijn grote beschermheer, opperste leider ayatollah Ali Khamenei, al zijn rivalen van het stembiljet liet schrappen. Minder dan de helft van de Iraniërs ging uiteindelijk stemmen. Daardoor was het mandaat van Raisi, die bekendstond als een man met veel bloed aan de handen, al vanaf het begin ondermijnd.

Ook toen hij in functie was, wist Raisi, sinds zijn jonge jaren een overtuigd aanhanger van het fundamentalistische islamitische regime, de harten van de meeste Iraniërs niet voor zich te winnen. Met zijn dorre uitstraling en beperkte retorische vaardigheden wist hij zelden te ontsnappen aan zijn imago als Khamenei’s zetbaas. Zijn voorgangers hadden nog wel enige ruimte voor eigen beleid gehad – al nam Khamenei ook toen uiteindelijk de belangrijkste beslissingen – maar voor Raisi gold dat nauwelijks.

Wel wist hij enige aanhang op te bouwen onder de armste bevolkingslagen van Iran. Hij presenteerde zich als bestrijder van corruptie en voorvechter van de belangen van de gewone man. Dikwijls bezocht hij afgelegen gebieden in Iran om daar met lokale bewoners over hun problemen te spreken.

De grootste crisis waarmee Raisi kreeg te maken, was de protestbeweging die in de herfst van 2022 ontstond na de dood van de jonge Koerdische Mahsa Amini, die door de Iraanse zedenpolitie hardhandig werd opgepakt omdat ze haar hoofddoek niet correct zou hebben gedragen. Maandenlang gingen duizenden Iraniërs de straat op om onder de leus ‘Vrouw, leven, vrijheid’ te betogen voor meer vrouwenrechten en vrijheid.

Het regime, dat de hoofddoek voor vrouwen als een hoeksteen van het islamitische bewind beschouwt, haalde de zedenpolitie tijdelijk van de straat maar onderdrukte de betogingen verder met grof geweld. Honderden betogers werden gedood. Duizenden werden gevangengezet en sommigen zijn intussen na schertsprocessen ter dood veroordeeld en terechtgesteld.

Raisi keek een jaar later tijdens een zeldzaam interview met de Amerikaanse televisiezender NBC terug op die dramatische periode. Maar van enige introspectie getuigde hij niet. Zonder een spier te vertrekken gaf hij de schuld van de onrust aan de Verenigde Staten en Europese landen. Het Iraanse regime zou de betogers op “vreedzame” wijze tegemoet zijn getreden.

“U kunt er zeker van zijn dat de Islamitische Republiek Iran altijd bereid is om te luisteren naar de woorden van mensen die protesteren. We zijn altijd een en al oor, ongeacht het onderwerp”, verklaarde de president, zelf altijd getooid met een zwarte tulband ten teken van zijn afstamming van de profeet Mohammed.

Bij de recente gewapende confrontatie met Israël speelde Raisi opnieuw geen grote rol. Het was Khamenei die besloot om een vergeldingsaanval met drones en raketten op Israël uit te voeren, nadat Israël zeven leden van de Revolutionaire Garde in het Iraanse consulaat in Damascus had gedood.