De politieke weigering van minister van Omgeving Jo Brouns (CD&V) om milieuorganisatie Dryade subsidies toe te kennen, druist in tegen het internationale Verdrag van Aarhus (voluit: het Verdrag betreffende de toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en de toegang tot de rechter inzake milieuaangelegen­heden). Politieke beslissingen lijken zo onfeilbaar en immuun voor rechterlijke toetsing.

Onze grondwettelijke orde vertrekt vanuit het idee van drie gescheiden machten: de uitvoerende, de wetgevende en de rechtsprekende macht. Ook in het internationale milieurecht is het concept ‘tegenmacht’ sinds de jaren 90 niet meer weg te denken. De kernramp in Tsjernobyl van 1986 lag toen nog vers in het geheugen. De initiële reactie van de lokale communistische overheid was de ramp eerst verzwijgen en dan minimaliseren.

De eerste melding van het ongeluk, op 27 april, kwam dan ook niet van de Sovjetautoriteiten, maar van Zweedse onderzoekers, die een radioactieve wolk waarnamen die noordwaarts afdreef. Dat gebrek aan proactieve communicatie luidde het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in. De kloof tussen realiteit en propaganda werd te groot. Het volk vertrouwde de eigen leiders niet meer.

Het belang van meer transparantie leidde in 1998 uiteindelijk tot de goedkeuring van het bindende Verdrag van Aarhus. Alle betrokken landen, ook België, onderschreven het recht op milieu-informatie, participatie in besluitvorming en ruime toegang tot de rechter in milieuzaken.

De premisse van dat verdrag lijkt nu wel vloeken in de kerk: het legt geen inhoudelijke milieukwaliteitseisen op, maar stelt dat meer inspraak zal leiden tot een betere bescherming van het milieu. Zonder inspraak en toegang tot de rechter géén recht op een gezond leefmilieu, een mensenrecht dat in 2022 ook door de Verenigde Naties werd bekrachtigd.

Centraal staat ook de gedachte dat goed georganiseerde milieuverenigingen een cruciale rol te spelen hebben in de sensibilisering rond milieuvervuiling. Vaak ontberen individuele burgers de slagkracht, de kennis en de financiële middelen om gerechtelijke procedures op te starten.

De ruimere toegang tot de rechter in milieuzaken kwam er niet zonder slag of stoot, ook niet in ons land. In 2007 tikte het toezichtcomité bij het verdrag België nog op de vingers omdat milieuverenigingen hier maar moeilijk tot bij de Raad van State geraakten. Pas in 2013 aanvaardde ‘ons’ Hof van Cassatie dat ook milieu­verenigingen een belang konden hebben in strafzaken en burgerlijke zaken. De Europese Unie zelf kende ook lange tijd geen inspraakrechten toe aan milieuorganisaties bij de Euro­pese rechter.

Het Verdrag van Aarhus stond al snel gelijk aan lastige besluitvorming. Al die inspraak- en beroepsrechten leidden tot meer procedures bij de rechter, waardoor politieke projecten vertraging opliepen. Toch bleek de premisse van het Verdrag te kloppen: net door de stikstofarresten van de Vlaamse bestuursrechter kwam er een stikstofdecreet.