“Wie het Iraanse volk en zijn geschiedenis kent, weet dat Iran geen natie is die zich overgeeft.” De Opperste Leider ayatollah Ali Khamenei stuurde die tweet maandagavond de wereld in, terwijl Israël de hoofdstad Teheran begon te bombarderen. Diezelfde nacht riep de Amerikaanse president Donald Trump verrassend een staakt-het-vuren uit tussen Israël en Iran.

Teheran kaderde het staakt-het-vuren als een “aan de vijand opgelegd” akkoord vanwege zijn vergeldingsactie op een lege Amerikaanse luchtmachtbasis in Qatar. De realiteit schetst een ander beeld. Het Iraanse regime kon niet anders dan te reageren op de Amerikaanse bombardementen op drie nucleaire sites in het land, maar het had weinig opties die zijn eigen overleven niet zouden schaden. Bovendien ging het veeleer om een symbolische – en bovendien vooraf aangekondigde – aanval.

De macht en de geloofwaardigheid van de Islamitische Republiek zijn al zodanig afgebrokkeld dat ze vooral van geluk mag spreken dat het onderwerp ‘regimewissel’ niet meer zo sterk door het hoofd van Trump of de Israëlische premier Benjamin Netanyahu spookt. Zijn idee van ‘Make Iran Great Again’ lijkt Trump, 24 uur later, weer netjes te hebben opgeborgen. Op het vliegtuig naar de Navo-top in Den Haag zei de Amerikaanse president dat een regimewissel “tot chaos zou leiden”. Bovendien hebben de VS en Israël toch “al hun doelen” bereikt.

Volgens Trump is een nucleair wapen “het laatste” waar Iran nu mee bezig is, al is er tot dusver onvoldoende bewijs om met alle zekerheid te kunnen zeggen dat het nucleaire programma van Iran definitief stilligt door de Israëlische en Amerikaanse aanvallen. Waar Trump wellicht wel een punt heeft, is dat het regime zich nu vooral op andere dingen moet focussen. Orde op zaken stellen, bijvoorbeeld, en veinzen dat er geen barsten geslagen zijn. Dat was ook de tactiek van de voorbije weken. Alle festiviteiten gingen door en dit weekend werden de Iraniërs ook opgeroepen om naar hun werk te gaan, terwijl de aanvallen doorgingen.

Tegelijk lopen de straten in Teheran, behalve met regime-aanhangers die de typische slogans “Dood aan Amerika” en “Dood aan Israël” roepen tijdens door de overheid georganiseerde protestacties, vol met agenten van de Basij-militie en de Revolutionaire Garde. Zij houden niet alleen pottenkijkers op afstand bij vernielde appartementsblokken die meteen worden afgezet. Ze zijn ook extra alert voor al wie zich nog maar een beetje verdacht of opstandig gedraagt, om zo elke dreiging te elimineren en de al heersende onrust – honderden burgers zijn gedood tijdens de oorlog – te beperken.

In een rapport dat zondag werd uitgebracht documenteerde Hengaw, een in Noorwegen gevestigde Koerdische mensenrechtenorganisatie, de arrestatie van meer dan 530 mensen in Iran sinds het begin van de oorlog. De organisatie baseerde zich deels op informatie van officiële politieverklaringen die gepubliceerd zijn door aan de staat gelieerde Iraanse media.

De beschuldigingen variëren van “spionage voor de Israëlische Mossad-inlichtingendienst” tot “mediaondersteuning voor Israël” en “het verstoren van de publieke opinie”. Minstens drie mannen die waren veroordeeld wegens spionage voor Israël, zijn inmiddels geëxecuteerd: Esmail Fekri, Mohammad Amin Mahdavi Shayesteh, en Majid Mosayebi.

Mensenrechtenorganisatie Amnesty International waarschuwt dat er minstens acht anderen kunnen volgen, onder wie Ahmadreza Djalali, de Zweeds-Iraanse academicus en VUB-gastprofessor die in 2016 gearresteerd werd in Iran. “Iran moet alle plannen om hem te executeren staken”, reageert Wies De Graeve, de directeur van de Vlaamse flank van Amnesty International. “De man zit al negen jaar onterecht vast, en werd na een manifest oneerlijk proces ter dood veroordeeld.”