“Ik huil meerdere keren op een dag, omdat ik zo bang ben.” Dat vertelde de 11-jarige Angelica Cajamarca in 2007 telefonisch aan een redactrice van deze krant. Het meisje zat opgesloten in het centrum 127 bis in Steenokkerzeel in afwachting van een repatriëring naar Ecuador, samen met haar moeder. Ze hadden geen recht op asiel in ons land. Het lot van Angelica beroerde destijds het land. De regering besloot principieel geen kinderen meer op te sluiten, ook al omdat België voor die praktijk was veroordeeld door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

Maar de juridische noch de humane argumenten tegen kinderdetentie hebben het Europees Parlement tegengehouden om donderdag groen licht te geven voor de opsluiting van kinderen zonder verblijfsrecht in de Europese Unie. De stemming was politiek gevoelig, omdat de goedkeuring alleen mogelijk was mits de christendemocraten samen met radicaal-rechts een meerderheid vormden. Dat een deel van het halfrond na de stemming in gejuich en applaus uitbarstte, bewijst dat de radicale fracties de stemming als een belangrijke politieke overwinning zien.

De mogelijkheid om kinderen op te sluiten maakt deel uit van een breed pakket aan maatregelen dat bedoeld is om vluchtelingen die geen uitzicht hebben op een verblijfsstatuut, makkelijker te repatriëren. Wie niet vrijwillig meewerkt aan zijn of haar repatriëring, kan tot 24 maanden worden opgesloten. Ook de mogelijkheid om deportatiecentra buiten de EU op te richten, zou werkelijkheid worden als de positie van het Parlement gevolgd wordt. Voor de verordening ingaat, is nog overleg met de lidstaten en de Commissie nodig.

Kinderrechten worden zo opgeofferd aan de verharding van het migratiebeleid. De Europese denktank Centre for European Policy Studies (CEPS) had een heldere en duidelijke omschrijving voor de terugkeerverordening: de ICE-ficering van het Europese beleid. De harde aanpak die de Amerikaanse immigratiepolitie ICE hanteert tegenover migranten zonder verblijfsrecht, dreigt ook in Europa werkelijkheid te worden. Het toont hoe ook in Europa de perceptie over migranten en vluchtelingen verschoven is. Het beleid zet voluit in op criminalisering van migranten.

De vraag of die tendens ook de gewenste resultaten afwerpt, wordt nauwelijks nog gesteld. Toch is ze relevant. Als we willen tegengaan dat wanhopige mensen hun heil zoeken in Europa, zijn er ook alternatieve beleidskeuzes te maken. De oorzaken van vluchtelingenstromen aanpakken bijvoorbeeld, zoals oorlog, armoede en onderdrukking. Maar dat is voor de meeste Europese lidstaten, waaronder België, al een tijdje minder prioritair.