Goed ingeduffeld navigeert Danielle haar gezinswagen door het stratenraster van Minneapolis. Buiten is het ijskoud, het vriest achttien graden. Op de grijze stoelen naast en achter haar staan papieren zakken van de supermarkt Cub, gevuld met koekjes, ananas en groente in blik.

Danielle brengt het voedsel naar migrantengezinnen in de stad. Uit vrees voor arrestaties durven sommigen al wekenlang niet meer buiten te komen: niet naar hun werk, niet naar school, niet naar de winkel. Om hen te helpen, zijn in de stad tal van grassrootsbewegingen opgestaan, waaronder die van Danielle. Tijdens haar voedselronde belt ze met De Standaard. “Al onze voertuigen worden door ICE (Immigration and Customs Enforcement, red.) getrackt. De wagen die ik gebruik om mensen eten te brengen is een andere dan die waarmee ik op patrouille ga. Dat is er een van iemand uit de wijk. Anders zouden de agenten me direct volgen naar de gezinnen bij wie ik voedsel afzet.”

Ze vertelt hoe agenten van ICE proberen om de burgerhulp te infiltreren. “Aan scholen zie je ze rondhangen, zonder uniform en met een fluitje om hun nek. Ze gebruiken echt allerhande sneaky manieren om mensen te vinden.”

Overal in Minneapolis, dat samen met zusterstad Saint Paul zo’n 740.000 inwoners telt, houden mensen de wacht. Die fluitjes zijn belangrijk in het verzet tegen ICE. Daarmee sturen burgers waarschuwingen uit wanneer ze de voertuigen van de immigratiedienst zien naderen. Op alle video’s uit de stad – ook die waarop de verpleger Alex Pretti werd gedood – vormen fluitsignalen de snerpende soundtrack.

Maar dat er nu ook ICE-agenten mee gespot worden, voedt de paranoia in een stad die zo al in angst leeft. Het vraagt moed om publiek te praten over de toestand, Danielle wil bijvoorbeeld haar familienaam niet in de krant.

“Ken je het Whipple Federal Building? Daar brengt ICE migranten en waarnemers die de arrestaties vastleggen heen”, vertelt ze van achter haar stuur. “Burgers noteerden ter plekke de nummerplaten en specifieke kenmerken van hun voertuigen. Die deelden we dan in chatgroepen om mensen te waarschuwen. Daar stond erg veel informatie in. Bijvoorbeeld dat ze een pride-vlaggetje op hun wagen hangen, maar ook bordjes om aan te geven dat er een persoon met een handicap aan boord is of een “student driver”-sticker op de achterruit. Het is alsof ze hun voertuigen proberen te camoufleren. Alleen is een van die chatgroepen nu geïnfiltreerd en gelekt. Ik combineer vier jobs, en overal beheerst deze noodtoestand de gesprekken. En ik vrees dat het geweld niet zal afnemen.”

Sinds december is Minneapolis in de greep van een overheid die zich van haar autoritaire kant laat zien. Donald Trump en zijn medewerkers, met vicestafchef Stephen Miller op kop, propageerden al in de verkiezingscampagne van 2024 een snoeihard anti-immigratiebeleid. Met Operatie ‘Metro Surge’ brengen ze dat in Minneapolis en Saint Paul in de praktijk. Mensen met roots in Mexico en Somalië vormen er de grootste gemeenschappen onder migranten.

De situatie escaleerde dag na dag. Agenten van ICE en de Customs and Border Patrol (CBP) voerden razzia’s uit op schoolbussen, bij mensen thuis of gewoon op straat. Meer dan drieduizend mensen werden gearresteerd. Burgers die als waarnemers de acties filmden, werden geïntimideerd. Verbaal, maar ook fysiek. Wie de agenten in de weg liep, werd tegen de grond gewerkt en kreeg pepperspray in de ogen. Sommigen werden samen met migranten weggevoerd. Twee personen, Alex Pretti en Renée Good, kwamen om door kogels van ICE en de grenspolitie.