In de jaren 60 had je de mars op Washington voor de burgerrechten, waar de zwarte dominee Martin Luther King een mensenzee begeesterde, en de studentenbetogingen tegen de oorlog in Vietnam. Het zijn iconische bladzijden in het geschiedenisboek, maar ze zijn niet typisch voor de VS. Amerikanen zijn geen betogend volk. Het is een uitgestrekt land waar veel mensen ver van grote steden wonen, de volksaard is er veeleer individualistisch en door een gebrek aan sociale voorzieningen en erg weinig vakantiedagen kunnen of willen weinig mensen zich vrijmaken.
En dus is acht miljoen demonstranten, verspreid over vijftig staten, een historisch record. Twee keer eerder, in juni en oktober vorig jaar, werd zo’n nationale protestdag georganiseerd onder de titel No Kings: een naam die verzet oproept tegen de autoritaire regeerstijl van Trump, en die alle vormen van onvrede met zijn beleid onder één noemer vat.
Dat de derde No Kings-dag nog flink groter dan de vorige was, komt volgens analisten door twee recente ontwikkelingen: het brutale geweld in de razzia’s door de immigratiedienst ICE, en de onpopulaire oorlog tegen Iran die een maand geleden begon. Vooral jonge Amerikanen, van wie velen bij protesten de kat uit de boom keken uit angst voor hun toekomstkansen, doen daarom nu toch mee aan wat in 2025 soms smalend “het oudemensenprotest” werd genoemd.
Bij de regenboog aan redenen om boos te zijn (zoals ook de stijgende levensduurte, het door de recentste gedeeltelijke shutdown zwaar verstoorde vluchtverkeer, de geheimhouding van een deel van de Epstein-dossiers, de verminderde abortusrechten, de aanslagen op democratische spelregels) voegde zich net een nieuwe toe. Trumps handtekening zal voortaan op de dollarbriefjes prijken, voor velen een nieuw staaltje van zijn narcistische koningengedrag.
De hoofdvertoning speelde zich af in Minneapolis en zusterstad St. Paul. De Twin Cities zijn zeker sinds de dood van Renée Good en Alex Pretti, die protesteerden tegen het geweld van ICE en werden doodgeschoten, een haard van verzet tegen Trump. Op een evenement met zo’n 150.000 mensen speelde Bruce Springsteen zijn protesthit ‘Streets of Minneapolis’. Ook sixties-icoon Joan Baez trad op. Actrice Jane Fonda, de peetmoeder van progressief Amerika, las een brief voor van de vrouw van Good, en ook de linkse senator Bernie Sanders was van de partij.
In New York was de mars anderhalve kilometer lang toen ze over Times Square passeerde. In Washington nam de menigte de National Mall in, met leuzen zoals “Put down the crown, clown.” Ook in Chicago, Los Angeles en San Francisco werd massaal betoogd, maar toch viel vooral de veelheid aan demonstraties op – ook in streken die sterk Republikeins kleuren. Zelfs in stadjes waar Trump in 2024 tussen de 65 en 80 procent van de stemmen haalde, zoals Weatherford (Texas) of Driggs (Idaho). Of in Kotzebue (Alaska). Dat ligt in de poolcirkel, er wonen 3.000 mensen en het vroor er 12 graden.
Ook nabij Trumps woonplaats Mar-a-Lago werd tegen hem betoogd. Daar veroverde de debuterende Democrate Emily Gregory vorige week bij een bijzondere verkiezing een zetel in het staatscongres. Ze deed dat zeer vlot, in een district dat in 2024 nog met een erg grote marge naar een Republikein ging. Zulke omwentelingen doen zich de jongste tijd vaker voor, maar Gregory werd meteen een nationale bekendheid omdat ze won in het hol van de leeuw.
Volgens experts moedigen vreedzame demonstraties in ‘vijandig’ territorium kiezers en kandidaten van de minderheidspartij aan om moed te vatten en zich ook op de stembusdag te laten horen. De peilingen wijzen op een donkere herfst voor de Republikeinen. Ze dreigen bij de midterms te worden meegesleurd in de val van Trump, die in een nieuwe peiling nog door amper 36 procent van de kiezers gesteund wordt.



