Vaak komt Noor (35) niet meer de deur uit, behalve om zich met graffiti uit te leven op de grote muur achter haar appartement in Karaj, op zo’n 20 kilometer van Teheran. ‘Elke dag komen de agenten de muur wit verven’, zegt Noor. ‘Elke dag keer ik terug. Het enige wat ik moet doen, is kiezen welke slogan en in welke kleur.’ De ene dag staat er ‘Mahsa Amini’ in het zwart, de andere dag ‘dood aan de Basij-militie’ in het rood.
Noor weigert haar hoofddoek te dragen. ‘Dat doe ik al drie maanden niet meer’, zegt ze. ‘De boetes en dreigementen houden me niet meer tegen.’ Werken doet ze evenmin. ‘Ik ben bloemist, en niemand heeft nu een reden om bloemen te kopen.’ Als de avond valt, opent Noor haar venster en roept ze ‘dood aan de dictator’ mee met haar buurt. ‘Agenten geven ons de volle laag en schieten op onze vensters.’ Wanneer Noor uitgeschreeuwd is, kruipt ze in bed. ‘Dan begin ik te huilen.’
Al honderd dagen zijn de Iraniërs over het hele land aan het protesteren voor de vrouwen, het leven en de vrijheid. Wat begon als een kreet om rechtvaardigheid voor de brute dood van een jonge vrouw, is geëvolueerd naar de wil om het systeem omver te werpen. De opstand is de grootste uitdaging voor het Iraanse regime sinds de Islamitische Revolutie die begon in 1978. Met als gevolg dat de repressie harder is, de toekomst onzekerder, de slogans intenser. ‘Vertel aan onze moeder dat ze geen dochter meer heeft’, schreeuwen studenten. ‘Je kunt de revolutionair doden, maar niet de revolutie’, staat te lezen op de muren. De opstand leidde tot meer dan 18.000 arrestaties, bijna 500 doden, 11 doodvonnissen en twee executies. De voorbije week sprak De Standaard met Iraniërs uit Teheran, Karaj en Isfahan. Allemaal kennen ze iemand die de voorbije weken werd gearresteerd of is gestorven.
• Al tweede executie in Iran: ‘Regime wil tonen dat het controle behoudt’
Zo vertelt Mina (21) uit Teheran hoe een vriend werd vrijgelaten uit de gevangenis. ‘De borg kostte 15 miljard rial. Met dat geld koop je een appartement. Het is hier zo fucked up .’ Ook Ali (30) uit Teheran is somber. ‘Ik kreeg net te horen dat een dokter die demonstranten hielp, gedood werd’, zegt hij aan de telefoon. ‘Hij verzorgde de verwondingen op hun lichaam, veroorzaakt door de metalen of rubberen kogels die de veiligheidsdiensten gebruikten.’
Onlangs kwam een vriend van de dertiger nog vrij. ‘Hij zat tachtig dagen vast. Maar gelukkig is hij terug, want er zijn er ook velen die vermist worden. Ik ben zo boos dat ik mezelf moet beheersen om met jou te praten. Dat moet ik elke dag doen. Ik worstel met paniekaanvallen, maar we moeten door. Dit is geen protest meer, maar een revolutie. We zijn het beu om te strijden voor compromissen. Het regime moet gewoon weg.’
Of het jaar 1401 (de Iraanse jaartelling) zal ingaan als het jaar waarin het regime zal vallen, blijft onwaarschijnlijk. Maar één ding is zeker: het wordt het jaar waarin de olifant in de kamer verdween. Gesprekken die Iraniërs alleen in de woonkamers voerden, hebben zich naar de straten verplaatst.
De protestbeweging ging niet alleen om de verkiezingen zoals in 2009 of de brandstofprijzen zoals in 2019. ‘In tegenstelling tot eerdere protesten zijn deze protesten in de naam van de mens’, vatte een sociologieprofessor uit Teheran het samen op Twitter . Alles wat de voorbije 43 jaar tot onvrede heeft geleid – corruptie, armoede, ongelijkheid, straffeloosheid, droogte, economische malaise – is losgebroken. De brute dood van Mahsa (Jina) Amini was de druppel.