De wereldwijde olieprijs schommelt iets boven de 100 dollar per vat en de Europese gasprijs rond 45 euro per megawattuur. Dat ligt nog ver onder de pieken die genoteerd werden tijdens eerdere economische crisissen en oorlogen. In 2008, in de aanloop naar de financiële en economische crisis, steeg de olieprijs tot boven 150 dollar per vat, en na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne piekte de gasprijs in Europa tussen de 200 en 300 euro per megawattuur.
Betekent dit dat de oorlog in de Perzische Golf minder zwaar weegt op de energievoorziening? Thijs Van de Graaf, professor internationale politiek aan de UGent, windt er geen doekjes om: “De sluiting van de Straat van Hormuz is een absoluut horrorscenario voor de wereldeconomie en toch wordt er op de financiële en zelfs op de energiemarkten de schouders voor opgehaald.”
Matthias Detremmerie, energiehandelaar en medeoprichter van Elindus, een leverancier van gas en stroom voor professionele klanten, houdt eveneens zijn hart vast: “Ik ben geen doemdenker en voorspel zeker niet dat de mensen straks in de kou zullen zitten. Maar de gasvoorziening voor de volgende winter wordt complex en uitdagend.”
De centrale vraag: hoe dicht staan we bij een wereldwijde energiecrisis?
De olieuitvoer via de Straat van Hormuz, goed voor zo’n 20 procent van de wereldwijde vraag, is sinds de oorlog van de Verenigde Staten en Israël met Iran zo goed als volledig stilgevallen. Toch bleef een onmiddellijke schok uit.
Volgens Van de Graaf komt dat door tijdelijke buffers. “Er waren bijzonder veel gevulde olietankers op zee onderweg en de VS lieten bovendien toe om tijdelijk gesanctioneerde olie uit Iran en Rusland in te voeren. Daarnaast gaf het Internationaal Energieagentschap groen licht om de zogeheten strategische oliereserves voor een deel op de markt te brengen. Maar die schokdempers zijn zo goed als uitgewerkt.”
De impact is voorlopig het grootst in Azië, waar 80 procent van de olie-uitvoer vanuit de Golf naartoe gaat. Dat continent wordt al volop geconfronteerd met schaarste en de prijzen voor fysieke leveringen van olie liggen al fors hoger dan de wereldprijs. Zo betaalde Sri Lanka onlangs 200 dollar per vat.
Dat betekent niet dat Europa op zijn twee oren kan slapen. Integendeel, waarschuwt Van de Graaf. “Er is nog geen echte schaarste. De focus ligt vooral op de evolutie van de prijs van ruwe olie, maar afgewerkte olieproducten zoals diesel, kerosine voor vliegtuigen en nafta, de grondstof voor de chemie-industrie, zijn veel duurder geworden. Dat vertaalt zich bijvoorbeeld al in geschrapte vluchten.”



