De aanslepende oorlog tussen de Verenigde Staten en Iran lijkt steeds meer te ontaarden in een economische en strategische uitputtingsslag. Wie bezwijkt het eerst: de Iraanse olie-industrie door de Amerikaanse zeeblokkade of Washington door ontevreden consumenten en de gevaarlijk sputterende wereldeconomie.

Volgens de Amerikaanse minister van Financiën Scott Bessent zijn de VS aan de winnende hand. “Terwijl de overgebleven leiders van de Iraanse Revolutionaire Garde vastzitten als verdrinkende ratten in een riool, begint de Iraanse olie-industrie de productie te stoppen vanwege de Amerikaanse blokkade. (...) Benzinetekort in Iran is de volgende stap!”, postte Bessent maandagnacht op X.

Door de Amerikaanse maritieme blokkade van Iraanse havens slaagt Iran er nauwelijks nog in om olie te exporteren. Exporteerde Iran begin deze maand nog 2 miljoen vaten per dag, dan raakte na 13 april nog amper een kwart daarvan het land uit. De rest van de olie moet Iran opslaan in reservoirs of supertankers op zee. Maar zelfs op het strategisch belangrijke Iraanse energie-eiland Kharg is de opslaglimiet stilaan bereikt – Iran moest onlangs een dertig jaar oude en verroeste supertanker, de M/T Nasha, naar Kharg verslepen als noodbuffer.

Als de opslag vol raakt, dreigt ook de productie stil te komen te liggen. Om zo’n verlammende stop te voorkomen, grijpt Teheran dan ook steeds vaker terug naar zulke geïmproviseerde oplossingen, meldt The Wall Street Journal. Zo stockeert Iran de geblokkeerde olie tijdelijk in containers, voert het de olie af naar verlaten oliereservoirs in de zuidelijke oliecentra van Ahvaz en Asaluye en organiseert het zelfs transporten per spoor naar China. Het zijn allemaal noodgrepen die bedoeld zijn om de toenemende economische druk vanuit Washington te weerstaan en de vitale olie-infrastructuur in het land draaiende te houden.

Maar Washington lijkt voorlopig niet van plan om zijn economische wurggreep te lossen. Na mislukte vredesgesprekken met Iran in Islamabad twee weken geleden, kondigde de Amerikaanse president Donald Trump een Amerikaanse marineblokkade van Iraanse havens en schepen aan om de export van Iraanse export aan banden te leggen. Dinsdag meldde het Amerikaanse leger dat het al 37 schepen had onderschept in of nabij de Straat van Hormuz als onderdeel van een zeeblokkade van Iran.

Zolang er geen diplomatieke oplossing is, probeert Teheran koste wat het kost te voorkomen dat daardoor sommige oliekranen definitief moeten worden dichtgedraaid. En het is niet het enige met problemen. Het persagentschap Reuters beschreef vorige maand al hoe ook Saudi-Arabië, Irak, Koeweit en de VAE al tijdelijk productie moesten terugschroeven, omdat olie zich in tanks bleef opstapelen en de export vertraging opliep. Daardoor lijkt ook daar op termijn een gedeeltelijke productiestop onvermijdelijk.

Zo’n gedwongen productiestop wil Teheran in eigen land dus absoluut vermijden. Het Iraanse staatsoliebedrijf is al uit voorzorg begonnen met de productie te verlagen, blijkt uit recente data van Kpler. De energieconsultant schat dat de Iraanse ruwe-olieproductie tegen midden mei met meer dan de helft zou kunnen dalen, als de Amerikaanse zeeblokkade aanhoudt.

Productieverlagingen beginnen vaak al voordat de opslagfaciliteiten technisch vol zijn, klinkt het bij experts, om gevaarlijke situaties te vermijden. Zodra alle opslagfaciliteiten effectief vol zitten, moeten producenten de olieputten fysiek afsluiten met kleppen, modder of cement. Een shut-in, heet dat in vakjargon. En die kan blijvende schade aanrichten in olievelden die gebruikmaken van waterinjectiesystemen, die op dat moment ook stilvallen. Zo’n shut-in kan leiden tot drukval en verminderde doorlaatbaarheid in de olieputten, en corrosie van de buizen en pompen. Als dat wekenlang duurt, kunnen sommige olievelden na de herstart nooit meer volledig terugkeren naar hun oude productiecapaciteit.