De VS kiezen over tweeënhalf jaar een nieuwe president, en de sterren staan – gezien het impopulaire beleid van Trump – gunstig voor de Democraten. Velen zullen zich geroepen voelen om zich kandidaat te stellen, maar Bernie Sanders zal niet een van hen zijn. Bij de volgende verkiezingen zal Sanders, de senator van Vermont, 87 jaar zijn. Het maakt zijn invloed als links geweten van de natie er niet minder groot op. Sanders legde in 2016 en 2020 Hillary Clinton en Joe Biden het vuur aan de schenen in de voorverkiezingen, en is nog steeds met voorsprong het populairste Congreslid.

Ronduit fenomenaal was het succes van de Fight Oligarchy-tournee die Sanders – geflankeerd door de jonge Alexandria Ocasio-Cortez – vorig jaar voerde langs staten als Nebraska, Iowa, Arizona, Louisiana, zelfs Idaho en Utah: conservatieve bolwerken, en toch lokte hij er ongekende menigtes. Het klonk als een galmende protestkreet tegen Donald Trump, maar ook tegen een door beide grote partijen gecreëerd systeem van uitbuiting van de werkende middenklasse door een plutocratische oligarchie.

Volgens peilingen is 80 procent van de Amerikanen ontevreden. Daarom lieten ze zich al tweemaal overtuigen door de populistische beloften van Trump. Maar daarom spitsen zovelen ook de oren als Bernie Sanders spreekt – zelfs al is dat een sociaaldemocraat, wat voor veel Amerikanen even sinister klinkt als communist of stalinist.

Sanders bundelde zijn oproep om die oligarchie te bestrijden in een boek dat nu vertaald is als Tegen de oligarchie. Het manifest bevat geen splinternieuwe inzichten, maar dat is ook niet nodig. Onder Trump zijn de wantoestanden alleen nog schrijnender geworden, de kloof tussen een zeer klein percentage “haves” en de grote massa van “have-nots” onrechtvaardiger, de oplossingen die Sanders voorstelt alleen maar pertinenter.

Bernie Sanders zegt op meetings, en in zijn boek, dat één man (Elon Musk) evenveel bezit als de armste 52 procent van de Amerikanen samen. Dat komt niet overeen met cijfers van de Federal Reserve. Er zijn veel uiteenlopende parameters om begrippen als “bezit” en “vermogen” te omschrijven, wat een grijze zone veroorzaakt bij zulke vergelijkingen, maar Sanders’ gelijkstelling lijkt toch overdreven. Anderzijds is de ongelijkheid niet te ontkennen: de rijkste 1 procent bezit, ook volgens de cijfers van de Federal Reserve, meer dan de armste 90 procent. De hoge prijzen in de supermarkt, de peperdure geneesmiddelen, de klantonvriendelijke toestanden in de financiële sector, de auto-industrie en de media: het ligt volgens Sanders aan een totaal gebrek aan vrije concurrentie. Al die sectoren worden immers gecontroleerd door een handvol multinationals die op hun beurt in handen zijn van slechts drie enorme vermogensbeheerders op Wall Street.

Dat tegen deze ondoorzichtige machtsconcentratie niets gebeurt, is omdat de politiek meer dan ooit tevoren uit de hand van de miljardairs eet. Zeker sinds het arrest Citizens United van het Hooggerechtshof in 2010, dat alle plafonds inzake financiële donaties voor politieke kandidaten schrapte. Vandaag vloeit er zestien maal meer geld naar politieke campagnes dan toen. Miljardairs delen fortuinen uit, en eisen van de door hen gefinancierde kandidaten gehoorzaamheid in ruil.

Zo werd vorig jaar Trumps ‘Big Beautiful Bill’ goedgekeurd – volgens Sanders “de meest verwoestende wetgeving in de moderne geschiedenis” omdat hij de rijkste 1 procent nogmaals 1.000 miljard aan belastingvoordelen opleverde en tegelijk de toch al schamele sociale zekerheid en gezondheidszorg verder uitkleedde. Het enige Republikeinse Congreslid dat tegenstemde, werd door president Trump bedreigd en stopte met politiek. “De oligarchen accepteren geen nee.”

Sanders spaart ook de roede voor zijn partijgenoten niet. De invloed van steenrijke donateurs die enorm wegen op het buitenlands beleid, doet ook Democraten al te vaak onethisch een stevig oogje dichtknijpen, met name over de genocidaire politiek van Benjamin Netanyahu.