Wie wind zaait, zal storm oogsten. Mark Zuckerberg zal deze week misschien aan dat spreekwoord hebben gedacht, toen hij hoorde dat zijn overname van de snelgroeiende AI-start-up Manus alsnog door Peking wordt geblokkeerd.
Het zag er voor de eigenaar van Meta en Facebook nochtans lang goed uit. De overnamedeal ter waarde van ruim 2 miljard dollar werd in december zonder problemen getekend. Hij zou Meta op papier een stevige boost geven. Manus is immers niet zomaar een AI-start-up: het is een zogeheten ‘general AI agent’, een virtuele assistent die niet alleen antwoord geeft op vragen, maar ook zelfstandig taken kan plannen en uitvoeren. Denk aan codes schrijven, websites bouwen, sollicitaties screenen of – zoals te zien is in het introductiefilmpje van Manus – op huizenjacht gaan.
Zuckerberg wou Manus diep integreren in Facebook, Instagram en Whatsapp en zo in de AI-race een stevige voorsprong nemen op de concurrentie. Dat de in China geboren AI-start-up formeel naar Singapore was verhuisd en zich daarmee juridisch had losgemaakt van Peking, vergemakkelijkte de strategische overname alleen maar.
Maar dat was buiten China gerekend. Nadat in maart Manus-ceo Xiao Hong en hoofdwetenschapper Ji Yichao naar Peking werden geroepen voor “gesprekken”, kregen ze volgens Reuters kort daarna uitdrukkelijk het verbod het land te verlaten. Daarop besliste Peking deze week, op last van de strategische waakhond NDRC, deze week de Amerikaanse overname van Manus terug te draaien – contract of niet.
De botte boodschap die Peking daarmee naar de VS stuurt, is duidelijk: dit is geen commerciële techrace meer, maar een koude oorlog waarin alle middelen goed zijn om de nationale veiligheid te beschermen. Het is een oorlog waarin AI voor China even belangrijk is als energie of defensietechnologie.
Sterker nog, waar Washington al jaren Chinese techbedrijven buitensluit van 5G (Huawei), hoogwaardige chips (Nvidia, ASML), cloud-AI en strategische overnames, trekt Peking nu zijn eigen rode lijnen. En die gaan breder dan hardware of infrastructuur. Ook data en menselijk kapitaal vallen er nu onder. Juridische constructies zoals ‘Singapore-washing’, bedoeld om geopolitieke spanningen te omzeilen, bieden voor ondernemers geen garantie meer om aan de controle van Peking te ontsnappen. “Wie in China begint, blijft Chinees,” vatte CNBC het treffend samen.
Donald Trump zal die boodschap in mei ongetwijfeld meenemen naar de topontmoeting met zijn evenknie Xi Jinping. De spanning zal te snijden zijn. AI is niet het enige dossier waarin de rivaliteit tussen China en de VS zichtbaar verhardt. Ook in de strijd om de controle over het Panama-kanaal en de Straat van Hormuz staan de twee grootmachten neus aan neus. Terwijl Washington met sancties tegen Chinese banken wil vermijden dat Iran zijn olie spotgoedkoop blijft verkopen aan de Chinese ‘theepotraffinaderijen’ (kleine, onafhankelijke raffinaderijen, die draaien op vaak gesanctioneerde olie), zet Peking via scheepsinspecties druk op Panama en beval het de rederijen Maersk en MSC om zich uit het kanaaldossier terug te trekken. En alsof dat niet volstaat, verscherpte China deze week opnieuw de exportcontroles op zeldzame aardmetalen. Wie knippert het eerst met de ogen: Xi of Trump?



