Bij het Iraanse eiland Kharg lekken sinds zeker dinsdag grote hoeveelheden olie de Perzische Golf in. Dat melden internationale media en persbureaus op basis van satellietbeelden. Kharg is Irans belangrijkste uitvoerhaven voor olie, elk jaar passeren er 950 miljoen vaten olie.
Persbureau AP berichtte zaterdag over een groeiende olievlek van zo’n 71 vierkante kilometer die op satellieten te zien is. Die verspreidt zich richting het zuidwesten en zou daarmee binnen twee weken de kusten kunnen bereiken van de Verenigde Arabische Emiraten, Qatar of Saudi-Arabië.
De oorzaak van het lek is onduidelijk. Door de Amerikaanse blokkade van de Straat van Hormuz ligt er meer olie dan gebruikelijk opgeslagen op Kharg. Daarmee wordt de kans op een lek groter, schrijft The New York Times zaterdag.
Ook de schade aan Iraanse oliefaciliteiten en -tankers door Amerikaanse en Israëlische aanvallen vergroot de kans op een lek. Een in de Iraanse energie-infrastructuur gespecialiseerde onderzoeker wijst in The New York Times ook op een oude, slecht onderhouden onderzeese pijplijn die de afgelopen jaren al meerdere lekken veroorzaakte.
Over de mogelijkheid dat een van de recente Amerikaanse luchtaanvallen op Kharg het lek veroorzaakte, wilde het Pentagon zaterdag niets kwijt tegenover persbureau AP. Het lek lijkt veroorzaakt te zijn vóór de Amerikaanse reeks aanvallen op het eiland van afgelopen week. De Amerikaanse president Donald Trump dreigde er eerder al mee de olie-infrastructuur op het eiland te vernietigen.
Iran reageerde lange tijd niet op de berichten over het olielek, maar ontkende het bestaan ervan zondagmiddag alsnog. Het hoofd van het Iraanse staatsoliebedrijf stelt volgens persbureau Reuters in de staatsmedia dat inspecties geen bewijs hebben opgeleverd van het lekken van olie op of rond Kharg.



