Onder de kroonluchters van de banketzaal in de Grote Hal van het Volk, waar elk jaar het Chinees Nationaal Volkscongres samenkomt, kregen de Amerikaanse gasten van Xi Jinping donderdagavond onder andere kreeft in tomatensoep, krokante runderribben en pekingeend geserveerd. Als dessert was er tiramisu of fruit en ijs.
Het diner was de klassieke afsluiter van de eerste volle dag van Trumps bezoek aan China. Het was er een zonder verrassingen, wat in deze tweede ambtstermijn van Donald Trump als Amerikaans president minder banaal is dan het lijkt. Hij bedankte zijn Chinese collega voor de “fantastische dag”, die hem onder meer tot in de historische Tempel van de Hemel had gebracht, en zei dat er tussen de Amerikaanse en Chinese volkeren wederzijdse appreciatie en respect bestaat.
De boodschap van Xi zat in hetzelfde register. “Onze twee landen zouden partners moeten zijn in plaats van rivalen”, zei hij. “President Trump en ik zijn het eens om een constructieve Chinees-Amerikaanse relatie op te bouwen. Die zal de stabiele, gezonde en duurzame ontwikkeling van de Chinees-Amerikaanse betrekkingen bevorderen en meer vrede, welvaart en vooruitgang in de wereld brengen.”
Beide zijden hebben elkaar nodig. De Verenigde Staten kijken naar China voor toegang tot bijvoorbeeld zeldzame aardmetalen, terwijl de VS omgekeerd een cruciale afzetmarkt blijven voor de Chinese export. Die wederzijdse afhankelijkheid komt samen in de technologische ontwikkelingsrace die niet alleen een frictiepunt is, maar ook als smeermiddel kan fungeren in de relaties tussen Peking en Washington. Tijdens het banket van donderdagavond kreeg die delicate verhouding een fysieke veruitwendiging toen de ceo van de Chinese smartphonefabrikant Xiaomi zich bij Elon Musk (eigenaar van SpaceX, Tesla en xAI) bukte voor een selfie. Musk keek gespeeld verveeld, Xiaomi-ceo Lei Jun glimlachte breed.
Al vanaf het moment dat Trump woensdag in Peking van zijn Air Force One stapte, stuurde Xi het signaal dat dit bezoek kon dienen om de relaties te verbeteren. De eerste Chinese hand die Trump daar schudde, was die van de Chinese vicepresident Han Zheng. Die stond hem beneden aan de vliegtuigtrap op te wachten. “Dat is een vooruitgang in vergelijking met Trumps vorige bezoek in 2017”, zegt Jasper Roctus, China-onderzoeker aan het Egmont Instituut en de UGent, in een gesprek met De Standaard.
“Toen werd Trump ontvangen door een staatsraadslid, wat lager is in rang. De opwachting door de vicepresident gaf meteen aan dat China het wel zag zitten om over kwesties te praten. In het algemeen was de Chinese houding een stuk realistischer dan bij vorige Amerikaanse bezoeken. Peking ging er lang van uit dat een terugkeer mogelijk was naar de gouden tijd van de jaren 90 en 2000, toen het allemaal goed ging tussen de VS en China. In de aanloop naar dit bezoek verscheen er een commentaarstuk in het Volksdagblad (de officiële spreekbuis van de communistische partij, red.) waarin toch min of meer werd toegegeven dat die terugkeer niet mogelijk was, maar dat men nu vooral de rivaliteit binnen de perken moest houden.”
Dat zette zich door in de houding en uitspraken van Xi. Al tijdens de eerste meeting met Trump donderdagochtend begon hij volgens een communiqué over de “val van Thucydides”. Dat is een begrip uit de politicologie dat verwijst naar de schijnbare tendens richting oorlog wanneer een opkomende grootmacht een bestaande grootmacht dreigt te verdringen. “Kunnen China en de VS die val overwinnen en een nieuw paradigma voor de relaties tussen grootmachten creëren?”, vroeg Xi zich af.
“Dat begrip is een van Xi’s stokpaardjes”, zegt Roctus. “Meteen daarna zou hij het hebben gehad over samenwerking, wat wijst op die meer realistische houding.”


