Op de G7-top in Parijs hadden de ministers en financiële beleidsmakers maandag geen gebrek aan gespreksstof. Op de financiële markten bereikten de langetermijnrentes de voorbije dagen niveaus die in jaren niet meer waren gezien, door een verkoopgolf van staatsobligaties. De Duitse langetermijnrente flirt met het hoogste peil in vijftien jaar, terwijl de Japanse rente naar het hoogste niveau in drie decennia steeg.

“De kern van het probleem is de Straat van Hormuz”, zegt marktstrateeg Frank Vranken van de vermogensbank Edmond de Rothschild in zijn dagelijkse nieuwsbrief. “Het bezoek van president Donald Trump aan China leverde geen echte doorbraak op. Er was wel sprake van de aankoop van voedingsgrondstoffen en vliegtuigen, maar over het conflict in de Golf bleef het resultaat nihil.”

Vrijdag waarschuwde ook James Smith van ING in Londen voor de langdurige impact van de oorlog. “Zelfs als het conflict morgen stopt, zullen de energieprijzen niet zo snel terugvallen. Doordat de strategische olievoorraden nu veel kleiner zijn, blijft er voor enige tijd een opwaartse druk op de prijzen bestaan.”

Beleggers houden er daarom rekening mee dat de olieprijs langere tijd rond of boven 100 dollar per vat kan blijven schommelen. Dat zou de inflatie de komende maanden opnieuw kunnen aanjagen. Omdat inflatie de waarde van obligaties ondermijnt, zakt de vraag naar die beleggingen en daalt de prijs navenant. Dat is slecht nieuws voor wie zich in de schulden heeft gestoken. Want de rente op obligaties beweegt omgekeerd met de koers. Hoe groter de verkoopdruk, hoe hoger de rente die overheden, bedrijven en ook huizenkopers moeten betalen als ze nieuwe schulden aangaan.

Een belangrijke aanleiding voor de recente onrust was de veiling van staatsobligaties in de Verenigde Staten vorige week woensdag. Voor het eerst sinds 2007 eisten beleggers meer dan 5 procent rendement op staatspapier met een looptijd van 30 jaar.

In Groot-Brittannië steeg de rente op dertigjarige obligaties zelfs naar 5,8 procent, het hoogste peil sinds het einde van de vorige eeuw. In Londen speelt ook de politieke onzekerheid mee: beleggers vrezen dat een eventueel premierschap van de linkse kanshebber Andy Burnham de staatsfinanciën verder uit evenwicht kan brengen. Volgens Torsten Slok, hoofdeconoom van Apollo Global Management, staan de obligatierentes van de zeven grootste industrielanden (G7) samen inmiddels op het hoogste peil sinds 2004.

De terughoudendheid van beleggers om geld uit te lenen aan overheden vertaalt zich rechtstreeks in hogere rentelasten voor de begrotingen. Vooral voor landen met hoge schulden daalt de appetijt op de financiële markten. Dat geldt voor de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, maar ook voor België. Eind maart was de Belgische rente al eens naar het hoogste punt in veertien jaar gestegen, net op de dag dat het Agentschap van de Schuld voor 2,87 miljard euro aanbesteedde. Vorige week werd dat peil alweer overtroffen, maar maandag daalde de rente weer wat. “De vraag is of de obligatierentes wereldwijd op weg zijn naar een veel hoger niveau”, aldus Vranken.

In Parijs probeerden de financiële topfiguren intussen de markten gerust te stellen. De gastheer van de G7-top, de Franse minister van Financiën Roland Lescure, zei dat de obligatiemarkten “niet instorten, maar een correctie doormaken”. Op de vraag of ze bezorgd was, zei ECB-voorzitter Christine Lagarde: “Ik ben altijd bezorgd, dat is mijn job”. Kristalina Georgieva, die het Internationaal Monetair Fonds (IMF) leidt, lichtte toe dat de marktreactie de hogere olieprijzen weerspiegelt.