“Dé allerbelangrijkste klas”. Zo beschreef minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) de kleuterklas tijdens de voorstelling van het recente Iels-rapport van de Oeso. Daaruit bleek dat Vlaamse kleuters minder taalsterk en wiskundig voorbereid zijn dan vijfjarigen in andere landen. De minister gaf aan dat ze gelooft in snelle beterschap. “We hebben er alles voor in huis. En dan bedoel ik de leerkrachten die zich inzetten voor de kleuters.” Alleen geven veel van die kleuterleerkrachten aan dat ze door de bomen het bos niet meer zien.

“Het is zoveel drukker geworden in de kleuterklas”, getuigt Kathleen Reniers. Ze werkt al 23 jaar in basisschool De Step in Beringen. Vroeger stond in haar klas de limiet op 18 instappers of 21 kleuters. Dit schooljaar geeft ze les aan 25 kinderen. Dat weegt. “Er zijn steeds meer extra noden. Kinderen hebben last van de extra prikkels. Er is een conflict, een kind is gevallen, iemand heeft een ongelukje. Ik moet dan alles laten vallen en nadenken hoe ik de rest zinvol kan bezighouden.”

Door de vele brandjes komt ze vaak niet tot lesgeven, zegt ze. “Ik laat de les steeds compleet stilvallen om later opnieuw in te pikken.” Reniers ziet het verschil meteen als er, bijvoorbeeld door het Suikerfeest, eens minder kinderen aanwezig zijn. “Ik merk dan dat zowel ik als de kinderen rustiger worden. En ik zie de teruggetrokken kinderen onmiddellijk openbloeien.”

Na 23 jaar voor de kleuterklas twijfelt ze stilaan of de job voor haar haalbaar blijft. “Ik vraag me geregeld af of ik dit kan volhouden. Er moet écht iets gebeuren. Het is een prachtig beroep, maar het vraagt zoveel energie.”

Haar dagelijkse strijd wordt breed gedeeld. In het recente Talis-onderzoek Starting Strong zette de Vlaams kleuterleerkracht het kleiner maken van de klas bovenaan de prioriteitenlijst. Meer dan 81 procent van de leerkrachten vindt dat belangrijk. Opvallend is dat die wens in Vlaanderen significant sterker is dan in de andere bevraagde EU-landen.

Volgens Groen moet er daarom dringend iets gebeuren. De partij legt een concreet voorstel op tafel voor kleinere kleuterklassen. “Hoe kunnen leerkrachten elk kind de nodige aandacht geven en voldoende uitdagen als ze in hun eentje verantwoordelijk zijn voor 25 of meer kleuters? Dat gáát niet, 25 is te veel”, zegt parlementslid Kim Buyst.

Groen pleit voor proefprojecten met kleinere klassen of extra handen in de klas. De partij wijst vooral naar de abrupte overgang van de kinderopvang, met maximaal acht kinderen per begeleider, naar de instapklas of kleuterklas. “Voor veel jonge kinderen is dat overweldigend”, zegt Buyst. De partij stelt voor om de instapklas (vanaf 2,5 jaar) te beperken tot dertien kleuters per leerkracht, in de hogere kleuterklassen zou dat kunnen stijgen tot 18 kleuters per leraar.

“Herdenk de ratio volwassene-kinderen in de kleuterklas”, staat ook in het Iels-rapport als urgente aanbeveling. “Vandaag leeft in de meeste scholen het gevoel dat de situatie moeilijk houdbaar is”, benadrukt Katrijn Denies, onderzoeker aan de KU Leuven. “In elke instapklas komt weleens een kinderverzorger ondersteunen, maar die hulp is erg beperkt in aantal uren. Ook zorgleerkrachten verdelen hun tijd over verschillende klassen.”