Als zoon van een alleenstaande moeder heeft Tibo De Koster (25) altijd geweten dat er ergens een man rondloopt die zijn biologische vader is. “Ik was van jongs af aan nieuwsgierig. Ik zou hem het liefst vinden via het instituut dat door de nieuwe wet over donorconceptie gecreëerd zal worden. Dat is plan A. En als de nieuwe wet alleen zou gelden voor toekomstige donorkinderen, zal ik mijn vader wel vinden via genealogisch onderzoek. Daar ben ik vrij zeker van.”
Sinds het jongste donorschandaal is er bij fertiliteitscentra al iets meer bereidheid om informatie vrij te geven, zegt De Koster. “Ze weten nu dat dat beter is voor hun reputatie. De publieke opinie is gelukkig verschoven. Weten van wie je afstamt, is een mensenrecht.” Niet toevallig koos De Koster in zijn studie voor een specialisatie in mensenrechten.
Ter herinnering: in mei 2025 raakte bekend dat een spermadonor uit Denemarken drager is van een gen dat meerdere kankers kan doen ontstaan bij zijn nakomelingen. Hij zou als donor 53 kinderen hebben verwekt in 39 gezinnen in ons land. In heel Europa zouden minstens 197 donorkinderen zijn verwekt met zijn sperma. Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) bereidt intussen een wetswijziging voor die donorschap uit de anonimiteit moet halen. De regering is daartoe gebonden door een arrest van het Grondwettelijk Hof, dat in september 2024 geoordeeld heeft dat donorkinderen recht hebben op informatie over hun afstamming.
Ook De Koster vernam dat zijn biologische verwekker drager is van een erfelijke aandoening, een zeldzame stofwisselingsziekte, die bij een van de donorkinderen is vastgesteld. Hij kwam dat pas te weten toen hij eind vorig jaar zelf aanklopte bij het ziekenhuis waar zijn moeder een fertiliteitsbehandeling had ondergaan, het UZ Jette. “Het ziekenhuis verzekerde me dat ze de betrokken ouders zouden contacteren, maar ik vind dat mijn halfbroers en -zussen persoonlijk moeten worden ingelicht. Wie drager is, kan dat doorgeven aan diens kinderen als de partner ook drager is.”
Om toegang te krijgen tot het medische dossier van zijn moeder, had De Koster haar toestemming nodig. “Dat was voor mijn moeder geen probleem, maar ik weet dat er donorkinderen zijn die daar met hun ouders niet over kunnen praten. Daarom vind ik het niet rechtvaardig dat wij afhankelijk zijn van die toestemming.”
Uiteindelijk moest hij drie keer op gesprek. Hij hoorde dat er rond de eeuwwisseling een bovengrens gehanteerd werd van 50 donorkinderen per donor: “Dat was nog voor de wet van 2007, die de limiet bij zes gezinnen legde.”
De info die De Koster kreeg, bleef summier: de donor van zijn moeder zou in minstens achttien gezinnen aanleiding hebben gegeven tot de geboorte van minstens twintig kinderen, tussen 1997 en 2008. Hij is een Belg en spreekt Nederlands. “Hij is vermoedelijk nog in leven, heeft een gemiddelde lengte, een gemiddeld gewicht, donker haar en bruine ogen. Hij heeft ook een motivatiebrief geschreven, die ik niet mag lezen. Dat vind ik erg jammer, voor wie heeft hij die anders geschreven dan voor zijn donorkinderen? Ik zou graag meer weten over zijn karakter en interesses.”
Tien jaar geleden al deed De Koster een DNA-test via de afstammingswebsite MyHeritage. Vorig jaar in november kreeg hij een bericht van iemand die zijn halfbroer bleek te zijn. “Ik heb gelachen en gehuild tegelijkertijd, en mijn moeder ook. Ze was blij voor me. Ze heeft het wel even lastig gehad met mijn zoektocht, maar intussen heeft ze die volledig aanvaard.”



