“We werken met belastinggeld. Dan vind ik het mijn taak om iets terug te doen voor de samenleving. We kunnen allemaal meegaan in de race naar toppublicaties, maar daar heeft een kankerpatiënt niet onmiddellijk iets aan.” Aan het woord is Diether Lambrechts, de geneticus die vandaag de Francqui-Collen Prijs in ontvangst neemt voor zijn baanbrekende onderzoek in de translationele genetica, de wetenschapstak die fundamentele laboratoriumontdekkingen omzet in medische toepassingen. Lambrechts is professor aan de KU Leuven en directeur van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie.
Al op jonge leeftijd kwam hij in aanraking met wetenschap, dankzij het onderzoekswerk van zijn vader in Diepenbeek. Daarna studeerde hij bio-ingenieurswetenschappen, behaalde een doctoraat over de neurologische aandoening ALS en trok voor een postdoctorale studie naar Oxford. Op zijn 32ste keerde hij terug naar België om er zijn eigen onderzoeksgroep op te richten, waarna hij professor werd. “Ik ben vrij snel naar de oncologie overgestapt, omdat je daar sneller impact op patiënten hebt. Bij neurologische en veel andere aandoeningen bevindt het onderzoek zich vaak nog in een fundamenteel stadium. In de oncologie werk je vaker met ‘patiëntmateriaal’ dan met muizenmodellen. Dat heeft mij altijd aangesproken.”
Sindsdien bewandelt hij bewust het grensgebied tussen laboratorium en ziekenhuis. “Ik kan praten met ingenieurs én met artsen.” Zijn ingenieursachtergrond is geen bijzaak. “Onze technologieën leveren enorme datasets op. Dat verwerk je niet meer met Excel of Word, dat vraagt echt programmeerwerk.” Maar de arts is even onmisbaar, benadrukt hij. “Als ik niet samenwerk met mensen uit het ziekenhuis, kom ik niet aan de stalen én stel ik de verkeerde klinische vragen.”
Lambrechts’ aanpak is technologiegedreven. Met single-cell sequencing, een methode die elke cel in een tumor afzonderlijk analyseert, brengt hij in kaart hoe kankercellen reageren op therapie of zich daar juist aan onttrekken. De datasets die zijn labo genereert, behoren tot de meest geraadpleegde ter wereld. “Ik krijg bijna elke dag mails van onderzoekers uit China, Australië, Amerika, die toegang willen tot die data”, zegt hij. “Dat is ook impact hebben. Niet op de patiënt, maar indirect op het onderzoek van heel veel andere mensen.”
Wat de geneticus echt drijft, is het vertalen van die inzichten naar concrete instrumenten. Hij ontwikkelde twee genetische testen die artsen een helder antwoord geven op de vraag of een patiënt baat heeft bij een specifieke behandeling. De ene, een darmkankertest, is goedgekeurd door de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA). Dat is uitzonderlijk, want wereldwijd zijn er slechts ongeveer vijftig van zulke goedgekeurde testen. De andere, voor eierstokkanker, verving een dure Amerikaanse test waarvan niet duidelijk is hoe die precies werkt, door een lokaal alternatief. “Die heeft er ook toe geleid dat de therapie sneller wordt terugbetaald”, zegt Lambrechts. Vandaag sturen de meeste Belgische ziekenhuizen hun stalen op naar Leuven, en krijgt de helft van die patiënten een behandeling die hun leven verlengt.
Met het geld van de Francqui-Collen Prijs (250.000 euro) wil Lambrechts een volgende stap zetten: kankervaccins. Niet de gepersonaliseerde mRNA-varianten waarbij per patiënt telkens een nieuw vaccin gemaakt moet worden, maar vaccins die bij groepen patiënten met verschillende kankers werken. “Als je een patiënt moet zeggen dat een therapie niet zal aanslaan, wil ik hem iets anders kunnen bieden. Dat is de volgende betrachting.”



