Edwin Menue (44) was 15 toen zijn wereld instortte. Vanaf zijn 11de al was hij verslingerd aan motorcross. Als fan van tienvoudig wereldkampioen Stefan Everts, die toen furore maakte, kickte hij op snelheid en droomde hij van spectaculaire jumps. “Die motoren die door de lucht vlogen, dat wilde ik ook. Maar op mijn 15de raakte ik zwaar gekwetst aan de knie. Een heel jaar zat ik in een rolstoel en mijn dokter zei dat ik blij mocht zijn als ik ooit weer zou kunnen stappen. Dat kon ik op die leeftijd niet aanvaarden.”
De arts zag het te donker in, Menue racete best nog wat overwinningen bij elkaar. Maar hij had ook nagedacht. Om kampioen te worden, moest hij meer stages doen – twee maanden in Spanje bijvoorbeeld – om enkele seconden sneller te gaan. “Dat konden we thuis niet betalen, dus kon ik de top nooit bereiken. Dat doet pijn, omdat je weet dat er meer in zat. Maar het zijn zulke harde lessen die je karakter vormen. Op mijn 19de besloot ik voor het koken te gaan, en ik zou níéts aan het toeval overlaten.”
Als kok had hij niet meer dan een basisdiploma, maar als tiener had hij vaak gewerkt als keukenhulp in de restaurants van Sluis, net over de grens. Daar mikte hij op het hoogste: Oud Sluis, van Sergio Herman. “Iedereen sprak erover, dat was de top. Ik wist dat hij hard was, maar ik wílde afzien. Ik zat daar met Tim Boury, Nick Bril, Filip Claeys. Ik had veruit de minste ervaring, maar ik ging er vol voor, elke dag opnieuw ten oorlog. Ik bestudeerde alle menu’s. Ik zag mezelf in mijn eigen keuken staan. Toen Fleur (zijn echtgenote, red.) en ik in 2011 begonnen met Cuines 33 (in Knokke-Heist, red.), klopte dat meteen. Maar het valt dus deels terug te brengen tot de pijn van die mislukte sportcarrière.”


